Prediker 1:1-18

1 juni [2]

1:2

ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid!

1:9

er is niets nieuws onder de zon.

1:18

Want in veel wijsheid ligt veel verdriet, en als iemand kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart.

Salomo, Salomo. Wat je nu zegt staat toch wel haaks op ons bezig zijn van­daag aan de dag. Het gaat er toch om, om zoveel mogelijk kennis te verzame­len? Je moet leren, je moet zoveel mogelijk diploma´s halen. Alles is gericht op kennis en vooruitgang. Het moderne westerse rationele denken is gericht op vooruitgang. Stilstand is achteruitgang. En alles druipt van de drang naar kennis- vermeerdering. En hier staat ijskoud: ‘Vermeerdering van kennis is vermeerdering van smart!’ Het is een bekende uitdrukking geworden. IJdel­heid der ijdelheden, alles is ijdelheid. We gebruiken het te pas en te onpas. We worden geboren en we sterven. Zo gaat het voort. En alles gaat voort. Er is niets nieuws onder de zon. De dagen en de nachten, geboorte en dood.

Salomo had veel wijsheid van God gekregen en hij zette zijn hart erop om al­les te weten. Maar zijn conclusie is tegengesteld. Hij dacht er rijker van te worden, maar het vermeerde hem smart. Het was een kwelling, een kwade be­zigheid en najagen van wind. Recht blijft recht, krom blijft krom. Zoals het is blijft het. En zo zal het altijd blijven. Wat geschapen is, is geschapen en zo zal het dan ook geschapen blijven. Waar gaat het dan wel om? Het is toch goed om kennis te vergaren? We moeten toch opgroeien en onze hersens gebruiken om verder te komen? We kunnen toch niet zonder scholen, we worden toch geboren om onze handen te gebruiken? Hoe zit het dan Salomo? We gaan op zoek in dit kleine boekje Prediker. De schrijver is de grote koning Salomo. En die heeft een enorme wijsheid ontvangen. Vóór hem is er niemand geweest groter dan hij. Als iemand het dan kon weten, dan was het Salomo wel. Salo­mo, we zijn bereid om naar je te luisteren. Voorlopig hebben we wel vragen. IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid. Dat is nogal wat. Daar moeten we meer van horen.

Prediker 2:1-26

2 juni [2]

2:1

Welaan, ik wil u op de proef stellen door vreugde, verlustig u dus in het goede. Maar zie, ook dit is ijdelheid.

2:11

en er is geen voordeel onder de zon.

2:14

de wijze heeft ogen in zijn hoofd, maar de dwaas wandelt in de duisternis;…

2:16

en ach, hoe sterft de wijze evenzeer als de dwaas!

2:17

Daarom kreeg ik een afkeer van het leven,…

2:24

dit heb ik wel ontwaard, dat het van de hand Gods komt.

2:26

Want aan een mens die Hem welgevallig is, geeft Hij wijsheid, kennis en vreugde;…

De Prediker, koning Salomo, gaat verder. Hij verlustigt zich in het goede. Hij doet wat hij wil, want hij is zeer rijk en kan alles doen wat zijn hart begeert. Maar hij komt tot de conclusie dat het ook ijdelheid is. Jij verzamelt het, maar je weet niet wie na je komt. Of hij wijs of dwaas is. En de wijze en de dwaze komen beiden om en sterven. Wat is dan het verschil. Ja, Prediker ziet wel dat het beter is om als wijze in het licht te lopen, dan als dwaas in de duisternis. Maar het is alles ijdelheid, want het vergaat. Wel ziet Prediker dat het van de hand van God komt. Zowel de goedheid als ook het zwoegen. Er gaat niets buiten Hem om want Hij heeft alles geschapen.

Wie God welgevallig is, die geeft Hij wijsheid, kennis en vreugde. Dat is het geheim. Het gaat niet om rijkdom die wordt vergaard, maar het gaat om leven dat aangeboden wordt door God. Wat een ontdekking. Zonder God is alles ijdelheid. Met God krijgt alles zin. Want Hij heeft alles geschapen. Hij heeft alles, dus ook mij, in zijn hand. Hij geeft richting aan mijn leven. Zelfs al zie ik dat niet eens zo helder. Het is geweldig om met die God door het leven te gaan. Dan is er geen ijdelheid meer. Maar is er eeuwige lofprijzing. Er komt geen einde aan.

Prediker 3:1-15

3 juni [2]

3:1

Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd;

3:2

er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven,…

3:4

een tijd om te wenen en een tijd om te lachen,…

3:7

een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken,…

3:8

een tijd van oorlog en een tijd van vrede.

3:11

Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.

3:12

Ik heb ingezien, dat het niet in hun eigen macht staat, maar als men zich verheugt en zich te goed doet in zijn leven,

3:13

kortom als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dan is dat een gave Gods.

3:14

Ik heb ingezien, dat al wat God doet, voor eeuwig is; daaraan kan men niet toedoen en daarvan kan men niet afdoen; en God doet het, opdat men voor zijn aangezicht vreze.

3:15

Wat is, was er reeds lang, en wat zijn zal, is reeds lang geweest; en God zoekt weer op, wat voorbijgegaan is.

Een overbekend stuk. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven. En zo is het. We worden geboren om te sterven. En als we het ene doen dan doen we even later het andere. Er is geen touw aan vast te knopen. Het is alles ijdel­heid. IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid. Of niet dan? Als we het alle­maal in ogenschouw nemen, dan zijn we bezig onszelf constant te kwellen en af te tobben. Zo was het van den beginne niet geweest. Het paradijs was zeer goed. En God wandelde met zijn schepselen in de Hof en iedereen genoot van de rust en vrede. En zo was het. Dat was onze bestemming. En wat is er van geworden? We zijn alles kwijt geraakt. We zijn in de onvolkomenheid terecht gekomen. En we weten het allemaal. In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen. Doornen en distelen, enz. En het is waar. Iedereen herkent het in zijn eigen leven. Zo ook Prediker. Hij tobde zich af om te ontdekken, wat is de zin van het leven als we ons almaar moeten aftobben. Als we gebo­ren worden om te sterven. Als er dan vrede is en dan weer oorlog. Hebben we het net opgebouwd en dan breken we het weer af. Dat slaat toch nergens op? En het slaat ook nergens op. Maar het is wel de werkelijkheid. Hij heeft ook ontdekt dat God alles voortreffelijk heeft gemaakt. Hij heeft ook de eeuw in hun hart gelegd. We kennen de tijd. We kennen de geschiedenis, maar hoe zich dat allemaal verhoudt in de dimensies en de plannen van God daar kan de mens niets van ontdekken; geen touw aan vastknopen. Voor de mens klopt het allemaal niet. Het loopt allemaal door elkaar heen. Hij raakt er van in de war. Wat moet hij er mee? Wat wil God? Hoe zit dat nou? Ik ben nog maar net geboren of ik moet al weer sterven. Ik was toch geschapen voor de eeuwig­heid? Is dan dat korte tijdje dat we leven het waard om alles te doen om gebo­ren te worden? Dat is een goede vraag.

En zo kan de mens zich aftobben. Wat moeten we ermee? En je zult maar mid­den in de druk zitten. Je zult het maar te kwaad hebben in de omstandigheden waarvan je zelf vindt dat het nergens op slaat. Het staat allemaal niet in onze macht. Wat dan wel? Waar gaat het dan om? Het ontnuchterende, onverwach­te en onverklaarbare antwoord van de Prediker is dat als dat allemaal zo is. Maar als je je verheugt in je leven en je tegoed doet, als je eet en drinkt en van het goede geniet bij al het aftobben en kwellen en zwoegen, dan is dat een ga­ve Gods. Dat is vreemd. Kennelijk is het zo dat God weet wat er allemaal is gebeurd. God weet dat de zonde is gekomen. God wil het goede voor de mens. God lijdt onder de zonde en de zondeval het meest. Hij is begaan met de men­sen en het lijden. Hij had de wereld zo lief, dat Hij zijn eniggeboren Zoon ge­zonden heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeu­wig leven hebbe. God is goed en nooit genoeg te prijzen. Loof de HERE! En als je kans ziet om te midden van deze wereld, verloren in schuld, te genieten van het goede, dan mag je dat zien als een gave van God. God wil ons te mid­den van de toestand in de wereld toch helpen om op de been te blijven en toch omhoog te kijken en te midden van alles wat negatief is vast te houden aan het positieve? Als we geboren zijn, en we weten dat we moeten sterven, dan is het Gods levenskunst om te genieten van het leven dat Hij gegeven heeft.

Want wat wij kunnen zien is allemaal tijdelijk. We hebben een bepaalde tijd gekregen en dat is het. Dan zijn we er niet meer. En we snappen er niets van hoe dat wat de tijd betreft allemaal past in Gods plan. Maar Prediker heeft in­gezien, dat wat God doet, voor eeuwig is. Daar kunnen we ons ook geen voor­stelling van maken. Dat is een dimensie die buiten ons om gaat. Wij zijn be­perkt en gevangen in de tijd die voorbij gaat. Alles heeft zijn tijd. Maar God is niet aan die tijd gebonden Wij kunnen aan Gods tijd niets toe- of afdoen. Wat denken we wel? En alles wat God doet, dat doet Hij opdat wij voor zijn aange­zicht vrezen. Hij doet het, opdat wij erkennen, dat Hij God is. Dat Hij van eeuwigheid tot eeuwigheid is. Dat we Hem moeten dienen. Op Hem moeten vertrouwen. Van Hem alles moeten verwachten. En in dit tranendal wil Hij ons helpen en vasthouden en te midden van wat voor situatie steeds weer voorhouden. Ik weet wel waar je in terecht gekomen bent door de zondeval. Ik weet van het lijden, maar Ik houd je vast. Ik laat je niet in de steek. Geniet dan maar van het leven, want dat is wat Ik wil. En Ik geef je ook die kracht die boven je eigen bidden en denken uitgaat. Het is een gave van Mij. En zie het werkt. Het is een waarheid, die zo direct is, dat je het meteen kunt toepassen in je eigen leven. Verwacht de zegen dan van boven, van Hem die alles heeft gegeven om alles weer te herstellen. Er is ook niets nieuws onder de zon. Al­les is al geweest en gaat voorbij. God zoekt weer op wat voorbijgegaan is. God is in dit eeuwigheidsplan de enige constante. Hij houdt vast aan wat Hij gemaakt heeft. God schiep de hemel en de aarde. God zag dat het goed was. God laat niet met Zich spotten. God herstelt alle dingen. Wij mogen al veel meer zien dan de Prediker. Wij staan achter de opstanding, de Hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest. God laat ons niet in de steek. God trekt ons met de koorden van zijn liefde. God is groot.

Het is onvoorstelbaar wat een zegen we kunnen halen uit dit gedeelte. Daarom moeten we leven naar Gods wil en zijn liefde en genade. Dan gaan we ook de dingen in de juiste proporties zien. Want anders worden we ook gek. Geef God en probeer niet zijn tijd in jouw, in onze beperkte afgebakende, tijd, te stoppen. Je loopt radicaal vast. En daar staat de Bijbel ook vol van. Koers op God. Hij openbaart zich zodanig dat het genoeg is voor ons heil. Dat is de gave van Hem. En als je dat ontdekt hebt, dan kun je genieten van het leven nu, want dat leven nu is ingebed in het Goddelijk, eeuwig plan, waarbij God weer opzoekt wat voorbijgegaan is. Die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die komen gaat. Het is komende. Dat rijk van recht en gerechtigheid waar we eeuwig zullen leven. Waar we alleen maar leven, waar we alleen maar op­bouwen, waar alleen maar vrede is, waar we alleen maar beminnen enz. enz. enz. Het oude is voorbijgegaan Het nieuwe is gekomen. Glorie voor zijn Naam! Prijs de Heer! Wat een ontdekkingsreis.

Prediker 3:16-4:6

4 juni [2]

3:16

daar heerste het onrecht;…

3:20

alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof.

4:2

Daarom prees ik de doden…

4:6

Beter is een handvol rust dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.

Alles heeft zijn tijd. Voor alles is een tijd. En ook dit alles is ijdelheid. Je kunt er niet aan af doen of aan toevoegen. Het heeft zijn bestemde tijd. Het een volgt het andere op. Alles heeft zo zijn plaats. God heeft alles goed gemaakt. Maar de mens kan daar niets van ontdekken. Er is onrecht in de wereld. Het lijkt of dat de baas is. Daarom prijst Prediker de doden en zij die nog niet ge­boren zijn. Want onrecht heerst alom. Hij ziet, dat alles wat God gemaakt heeft, voor eeuwig is. Dat staat vast. En het gaat erom dat men voor zijn aan­gezicht vreze. Al het andere is ijdelheid en najagen van wind. In welke rich­ting je het ook onderzoekt. Zonder God is alles ijdelheid. En met God kan het leven grote vreugde zijn. Dan mag je van het werk van je handen genieten. Daarom is het belangrijk om een hand vol rust te hebben. Dat komt van God. Dat heeft eeuwigheidswaarde. Hij geeft rust. En de rest is vuisten die zwoegen en wind najagen. Want alles is ijdelheid.

Wat een geruststellende gedachte. Het gaat erom om God de Schepper te vre­zen. Hem te gehoorzamen geeft rust en vrede en vrijheid. De rest is zwoegen en nooit tevreden zijn. Het is najagen van wind. En daar schiet je niet veel mee op. Probeer ook vandaag, net als Salomo, de situatie in je leven heel di­rect en praktisch onder ogen te zien. Bouw je op je eigen denken en carrière aan je toekomst of verwacht je het van God, de Schepper, Die alles gemaakt heeft en ook alles zal herstellen. Dat laatste moet je doen, want dan alleen komt je zwoegen in een hemels volmaakt perspectief. Dan besef je dat je je zonden kwijt kunt aan God Die voor eeuwig zijn plan volvoert. Inclusief de komst van Messias Jezus, de Verlosser, de Verzoener van onze zonden in le­vende lijve. Hier en nu. Dat geeft je leven perspectief. Probeer vandaag de dag de zin van het leven te vinden zonder God. Het boekje Prediker doet deze zoektocht, maar moet concluderen, dat alleen God, die eeuwigheidwaarde aan het leven geeft, de weg is.

Prediker 4:7-16

5 juni [2]

4:8

voor wie tob ik mij dan af…

4:9

Twee zijn beter dan één,…

4:11

maar hoe zal één alleen warm worden?

4:12

Kan iemand er één overweldigen, twee zullen tegenover hem kunnen stand houden; en een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken.

4:16

er was geen einde aan al het volk, aan allen, aan wier spits hij stond. … Dit is ook dit ijdelheid en najagen van wind.

Opnieuw doet de Prediker een ontdekking. Als je helemaal alleen bent, en je hebt veel rijkdom, dan is de vraag terecht: Voor wie tob je je dan af? Je kunt van je rijkdom niet genieten. Je bent maar alleen. Het is beter om met z’n tweeën te zijn. Als je valt, kan de ander je weer opbeuren. Als je in bed ligt kan de ander je warmen, enz. enz. Als je samen bent kun je de aanvaller over­weldigen. Enz. enz. enz. En dan sluit dit stukje met een drievoudig snoer, dat niet spoedig verbroken wordt. En zo is het als je met elkaar bent. Als je samen optrekt, dan ben je een hechtheid, een eenheid. Dan heb je iets aan elkaar. Dan kun je samen voor elkaar opkomen. Dan kun je elkaar tot raad en daad zijn. Dan kun je elkaar helpen en verdedigen. Maar ben je alleen. Dan is alleen ook maar alleen. Waar tob je je dan voor af? Je kunt veel rijkdom hebben maar je kunt er niet van genieten. Dit is ijdelheid en een kwaad ding, zegt de Prediker. Zo zie je hoe belangrijk het is om op onderlinge relaties te bouwen en niet op je rijkdom. Je hebt elkaar nodig. Je kunt het niet alleen.

En dan het volgende stukje. Je kunt koning zijn. Alle macht en majesteit heb­ben, maar het gaat voorbij. De koning wordt opgevolgd door iemand uit het volk. Iedereen loopt er achteraan, maar dan is het ook weer voorbij en de vol­gende denkt er niet aan. Het is dwaasheid. Beter is een arme, maar wijze jon­geling, dan een oude maar dwaze koning. Hier zien we de dingen op een rij. In de juiste proporties. Waar gaat het om in het leven? Om macht en kracht? Om door de mensen gezien te worden? Om maar naar je zelf toe te halen? Enz. enz. enz. Neen. Beter is een arme, maar een wijze jongeling. Waar het om gaat: In wijsheid te leven en van daaruit je leven in te richten. Het klinkt zo tegengesteld aan wat je om je heen ziet. Het is allemaal ‘ik’-gericht en als je maar genoeg macht hebt en je zelf maar zo goed mogelijk naar voren brengt. Neen, zegt de Prediker, het gaat allemaal voorbij. Het kan zo maar veranderen en je bent niets meer. Het gaat om de wijsheid, om je integriteit, om wie je bent. Het gaat om wijsheid. Daar moet je je op richten. De rest is ijdelheid en dwaasheid en daar kun je nooit op bouwen. Probeer het maar en je zult het zien. Prijs de Heer voor zoveel wijsheid voor vandaag.

Prediker 4:17-5:6

6 juni [2]

4:17

Behoed uw voet, als gij naar Gods huis gaat; immers naderen om te horen is beter dan het offeren der dwazen, want die weten niet, dat zij kwaad doen.

5:1

Wees niet overijld met uw mond, en uw hart haaste zich niet om een woord voor Gods aangezicht uit te spreken; want God is in de hemel en gij zijt op de aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn.

5:2

zo dwaas gepraat door veel woorden.

5:3

wat gij beloofd hebt, moet gij inlossen.

5:5

waarom zou God vertoornd worden over uw woorden en het werk uwer handen verderven?

5:6

Want er zijn dromen in menigte, zo zijn er ook talrijke ijdele woorden, vrees echter God.

Een goed woord. Pas op. Wees niet dwaas! Ga niet goedkoop om met Gods Woord. En Gods weg. Behoed uw voet! Als je op weg bent naar Gods huis dan moet je wel weten wat je doet. Want je hebt te maken met een heilig God. Met God valt niet te spotten. De dwaas weet niet wat hij doet en hij haalt het onheil over zich heen. Pas op wat je zegt. Beter weinig woorden dan veel woorden van dit en van dat. En dat zal ik voor God doen en dat. Want nog­maals, je hebt te maken met een heilig God, die je houdt aan je woord. God laat niet met zich spotten. God is een heilig God. Hij wil dat je heilig met Hem omgaat. God is hoogverheven. En Hij komt naar je toe. In zijn grote liefde. Het is onvoorstelbaar, dat deze heilige God, Die woont in een ontoegankelijk licht, wiens gedachten veel hoger zijn dan onze gedachten, naar ons nietige mensenkinderen toekomt om zijn liefde en genade te tonen. God is goed. God is naar de mensen toegekomen in zijn grote liefde. Dan moeten wij niet den­ken God helemaal naar ons toe te halen. Want God blijft God en wij blijven mensen. Daarom, laten uw woorden weinige zijn. Dat wat je over God zegt en voor God wilt doen, moet beklonken zijn in je hart. Moet overdacht en over­winterd zijn. Je zegt zo maar iets in het enthousiasme van je hart, maar even later kom je tot het besef dat je het helemaal niet kunt, maar ook helemaal niet wilt. Om wat voor reden ook. God is een jaloers God. Hij laat niet met Zich spotten. Dus wat je aan God belooft, dat moet je ook doen. Dat komt er dan wel op aan. Het is niet zo als vaak onder mensen gebeurt. Dat we wel iets be­loven, maar het dan laten zitten. Daar is het leven vol van. Dat klopt ook niet. Je moet doen wat je zegt. Daar let God ook op, maar het is wel praktijk. Deze woorden zijn dan ook belangrijk, niet alleen in de relatie tot God, maar ook in de onderlinge relatie tussen mensen.

Als mensen niet meer op elkaar aan kunnen, dan is er iets fout. Dan gaat de dynamiek, de expansie, de groei eruit. Dan wordt het een kwestie van wan­trouwen. Je moet maar afwachten of er wat aan gebeurt. En dat is fout. Het is dan ook veel beter dat je niet belooft dan dat je het niet gaat inlossen. Dat is zo vanzelfsprekend, dat je je afvraagt, waarom moeten er hier zoveel woorden aan gespendeerd worden? God weet kennelijk dat we er een potje van maken. En daar heeft Hij een hekel aan. Daar moeten we ons van bekeren. En dat moet niet ons ene oor ingaan en ons andere oor uitgaan. Neen, dat moet ons vlees en bloed worden. Daarom is het ook zo belangrijk dat we het Woord van God lezen. Want het komt er op aan. Het is belangrijk dat we er steeds weer aan herinnerd worden. Want we weten het natuurlijk allemaal, maar we moe­ten steeds weer een por in de goede richting krijgen. Kennelijk is het zo, dat de verslapping, de verkeerde richting indraaien, als vanzelf, sluipend, glijdend gaat. Maar een ruk aan het stuur naar rechts moet ons redden van de onder­gang. En geef daarom ook je mond geen gelegenheid om te zondigen. En je mond is het rad van avontuur volgens Jacobus. We zeggen zo maar wat. We flappen er zo maar iets uit. We moeten het in toom houden. Het is als een roer van een schip. Het roer is erg klein vergeleken met het schip en toch kan het schip op koers houden. Als we het niet in toom houden, gebeuren er grote on­gelukken net als met dat schip. Het zijn voorbeelden, maar uit het leven gegre­pen. We herkennen ons er allemaal in. Zo maar weer een klein stukje uit Pre­diker. God weet precies hoe we zijn. Hij weet hoe de boze ons steeds weer en op allerlei manieren probeert onderuit te halen. Moeten we niet aan toegeven. HERE God, help ons, om daar niet aan mee te doen. God is goed en nooit ge­noeg te prijzen. Glorie voor uw Naam! Prijs de HEER! Waarom zou God ver­toornd worden en het werk van onze handen verderven. Want als we te licht­voetig en te onheilig met Gods Woord en zijn werken omgaan en te snel met onze mond beloven en het niet doen, dan komen we verkeerd uit en dat neemt God niet. En dan moeten we ook niet opkijken dat God vertoornd raakt en het werk van onze handen verderft. God is een heilig God. God is heilig en wij moeten dan ook heilig leven. Dan kan Hij zijn kracht in ons uitstoten. Dan kan Hij ons zegenen. Dan staan we versteld wat we in zijn kracht kunnen doen. God is groot. Dank U HERE voor uw krachtige woorden! Het is een eerlijke zaak. Help mij, help ons, om ons daar aan te houden. Zo kunnen we verder.

Prediker 5:7-6:12

7 juni [2]

5:12

Er is een smartelijk kwaad, dat ik gezien heb onder de zon: rijkdom, door zijn bezitter bewaard tot zijn eigen onheil.

5:16

Zelfs nuttigt hij zijn spijze gedurende al zijn levensdagen in duisternis, en hij heeft veel verdriet, lijden en ergernis.

5:17

dat het voortreffelijk is te eten en te drinken en het goede te genieten bij al het zwoegen, waarmee iemand zich aftobt onder de zon gedurende de weinige dagen van zijn leven, die God hem schenkt, want dit is zijn deel.

5:19

Want hij denkt niet dikwijls aan de kortheid zijns levens, omdat God hem zich laat vermeien in de blijdschap zijns harten

6:5

Deze heeft rust, maar hij niet.

6:9

Beter is het zien der ogen dan het jagen der begeerte.

6:10

hij kan niet rechten met Hem, die sterker is dan hij.

6:11

Laten er vele woorden zijn, zij vermeerderen slechts de ijdelheid.

Rijkdom zonder God is een smartelijk kwaad. Rijkdom vraagt steeds meer, is onverzadigbaar. En waartoe tob je je af? Je doet het in duisternis met veel el­lende en ergernis. En wat als je zoon het overneemt en er tegenspoed komt, enz. enz. enz. Zo gaat de Prediker verder. Wat kan een mens zich aftobben over geld en goed. En wat is er een uitbuiterij door de rijken van de armen. De een wil nog meer dan de ander en er komt geen einde aan. Uitbuiting, daar zit de wereld vol van. Het is verschrikkelijk, hoe mensen daaronder lijden. Deze spreuken zijn een soort cadans van alles wat je beleeft zonder God. Zonder God is een misgeboorte beter dan de zucht naar rijkdom. Je hebt nooit rust. Je zit er altijd mee te tobben. Maar de Prediker heeft ontdekt, dat als je beleeft dat je leven een gave van God is en dat Hij je de weinige dagen van je leven wil laten genieten van wat je hebt, dan is het leven goed. Want dan ben je niet bezig met de kortheid van je leven, omdat God je laat vermeien in de blijd­schap van je hart. Daar gaat het dus om. We weten allemaal van de kortheid van het leven. We weten allemaal van het tobben onder de zon. We weten al­lemaal van de ellende. Maar als we aanvaarden dat God ons het leven schenkt, dat dat het doel is dat Hij ons geeft, dan zien we alles in een ander perspectief. Dan hebben we zicht op de Almachtige. Op de Schepper. Op Hem, Die het goede met ons voor heeft. Op Hem, Die ons in het licht wil laten wandelen. En op Jezus de Messias in Wie wij een nieuwe schepping zijn en het eeuwige leven ontvangen. Dan wordt het leven niet een tobben en ronddolen in duisternis, maar een leven met perspectief in het volle licht. Prijs de Heer!

Prediker 7:1-22

8 juni [2]

7:3

Verdriet is beter dan lachen, want bij een treurig gelaat is het met het hart goed gesteld.

7:9

Wees niet te spoedig geërgerd in uw geest, want ergernis huist in de boezem der dwazen.

7:13

Aanschouw het werk Gods, want wie kan recht maken wat Hij gebogen heeft?

7:14

Wees goedsmoeds in tijd van voorspoed, maar denk op de kwade dag: ook deze heeft God gemaakt evenzeer als die; immers kan de mens van de toekomst niets ontdekken.

7:18

want hij, die God vreest, ontkomt aan dit alles.

7:20

Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen.

Het is beter. Ja, wat is beter? De Prediker ontdekt allerlei wijsheid. Hij is op zoek naar de zin van het leven. Het is beter, het is beter dan dat. Het gaat om de hartsgesteldheid. Het gaat om wijsheid en dwaasheid. Verdriet is beter dan lachen, want bij een treurig gelaat is het met het hart goed gesteld. Een diepe wijsheid. Als er verdriet is dan is dat de echte hartsgesteldheid en dat is zui­ver. Met lachen en vreugde gaat vaak huichelarij en brallen en onechtheid ge­paard. Achter hoeveel lachen zit niet een hart waarmee het niet eerlijk en op­recht is gesteld? Het is uit het leven gegrepen. Het cirkelt in Prediker steeds om de vraag: Wat is ijdelheid en wat is wind? Waar tobben we ons mee af? Dat moeten we ons zelf ook steeds afvragen.

Het gaat om wijsheid. Wijsheid doet leven. Dwaasheid drijft naar de dood. Wijsheid is in alle gevallen beter. Wees niet te snel geërgerd in uw geest. Wat een wijze spreuk. Ergernis zet vaak aan tot dwaasheid. Dus, pas op! Hoe je ook in je gelijk staat. Het is toch een ingangspoort voor dwaasheid en dat is ijdelheid en wind en leidt tot niets. En kijk ook naar het werk van God.

Wie kan recht maken wat Hij gebogen heeft? En wie kan van de toekomst iets ontdekken? God maakt de goede dagen en de kwade dagen. In goede dagen ben je goedsmoeds maar let ook op de kwade dagen, want ook die heeft God gemaakt. Wijsheid is rechtvaardig zijn. Maar wees niet al te rechtvaardig. Nie­mand is zonder zonde. Pas op dat je niet doordraaft en je eigen rechtvaardig­heid als norm stelt en daardoor je ten onrechte van anderen afscheidt. Hoe vaak gebeurt dit niet? We zijn zo overtuigd van ons eigen gelijk, onze eigen rechtvaardigheid, dat we doordraven en scheidingen leggen waar nog bruggen zijn. Je moet heel goed opletten wat je zegt en wat je doet, want je zit zo maar de ander te veroordelen. En hoe vaak ook zijn anderen bezig jou te veroorde­len? Daar kun je heel hard op ingaan, maar je kunt ook je best doen om niet alles te horen en te weten. Wat een praktische en wijze lessen in dit stukje. We kunnen daar de hele dag over mediteren en ons eigen leven eens de revue laten passeren om zelf te ontdekken waar we ons leven in de richting van de wijs­heid Gods moeten corrigeren. Dat is een werkzaamheid die rust geeft en rich­ting.

Prediker 7:23-8:9

9 juni [2]

7:23

ik zeide: ik wil wijsheid verwerven, maar zij bleef onbereikbaar voor mij.

7:24

Onbereikbaar is wat bestaat, en onpeilbaar, wie kan het doorgronden?

7:26

Hij, die aan God welgevallig is, ontkomt haar; doch hij die niet welgevallig is, wordt door haar gevangen.

7:29

ik heb ontdekt, dat God de mensen recht gemaakt heeft, maar zij zoeken vele bedenkselen.

8:1

De wijsheid van een mens doet zijn aangezicht lichten, zodat de hardheid daarvan verandert.

8:6

Want elk ding heeft zijn tijd en zijn wijze;…

8:8

en niemand heeft macht over de dag des doods…

Het is goed om alles te onderzoeken en te doorgronden. Maar er komt geen einde aan het zoeken. En Prediker komt tot de ontdekking dat het onbereikbaar voor hem blijft. Onpeilbaar, wie kan het doorgronden? Een constatering. Een waarheid. Hoe meer we te weten komen hoe meer we ontdekken, dat er nog veel meer is wat we niet weten. Het zijn is niet te doorgronden. En als een iet­wat vreemde constatering is, dat er iets bitterder is dan de dood: de vrouw die een valstrik is. Alleen als je aan God welgevallig bent, dan ontkom je haar. Een enorme nadruk op de verleidingen die er zijn in de vrouw. God heeft men­sen recht geschapen, maar de mens heeft vele bedenkselen. En de vrouw die een valstrik is speelt daarin kennelijk een heel belangrijke rol, is zijn conclu­sie. En daar kunnen we een streep onder zetten. Hoe vaak is de verleiding er oorzaak van dat er afval is van God. En hoeveel rijken zijn niet ten onder ge­gaan aan hoererij en ontucht, vaak gepaard gaande met occultisme, Moloch­dienst en de meest vreselijke praktijken. Het is belangrijk om recht voor God te staan. En het is voor de vrouw een opdracht om geen verleiding te zijn voor de ander. En niet mee te doen aan de op erotiek en sensuele gevoelens en ge­dachten en daden gerichte Babel-cultuur waar we midden in zitten. We moe­ten ons afzonderen. We moeten heel dicht bij God blijven en om hulp en er­barmen smeken als de valstrikken overal om ons heen zijn opgesteld. Vooral in deze cultuur. Het is verschrikkelijk. Het is verschrikkelijk. Het lijkt wel of we moeten vluchten naar veiliger oorden om er aan te kunnen ontkomen.

Het is wijs om niet te snel te reageren. Niet te snel ergens tegen te zijn. Wie weet of jij alle wijsheid hebt en alle dingen naar je hand kan zetten. Uit het leven gegrepen. Hoe vaak hebben we niet overal meteen een reactie op. Wij weten het natuurlijk weer veel beter en daar ga je de mist in. Elk ding heeft zijn tijd en zijn wijze, immers het kwaad der mensen drukt zwaar op hem. Er is zoveel kwaad in de wereld. En dat kwaad drukt zwaar op ons. Er is zoveel kwaad in ons zelf en dat drukt zwaar op ons en ook op een ander. Er is zoveel ellende. Wij kunnen ook de dag des doods niet bepalen. En we doen maar steeds of we alles in onze macht hebben, maar niets is minder waar. Daarom moeten we eens een toontje lager gaan zingen. En het aanvaardend, allemaal van de Here God verwachten. Prijs de Heer! Wat een wijsheid. We doen er goed aan het in ons leven toe te passen.

Prediker 8:10-17

10 juni [2]

8:11

Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen.

8:15

Daarom prees ik de vreugde, omdat er niets beters is voor de mens onder de zon dan te eten en te drinken en zich te verheugen; en dat begeleide hem bij al zijn zwoegen gedurende de levensdagen, die God hem geeft onder de zon.

8:17

zo zag ik, dat de mens niets kan ontdekken van het werk Gods,…

We zien dat de rechtvaardige sterft en de goddeloze lang leeft en eer krijgt. En de mens gaat in zijn hoogheid verder met zondigen en hij denkt zich van de prins geen kwaad, omdat het oordeel over de slechte daad niet meteen komt. Ook dit is ijdelheid, want de straf komt. En de rechtvaardige zal leven. Wijs­heid aftobben komt niet verder dan een beetje inzicht. Gods werk ontdekken kan niet. Het is te hoog, onpeilbaar. Daarom, daar je hart niet opzetten, want je komt bedrogen en volkomen in de war, uit. Daarom is vreugde in je leven en je werk en eten en drinken en plezier hebben gedurende de levensdagen, die God hem geeft onder de zon, het beste voor de zin van het leven. Prijs de Heer! We moeten dus ons hart op God zetten. En zijn Almacht erkennen en ontdekken. En van daaruit leven en vreugde hebben omdat we mogen leven vanuit zijn alwetendheid en wijsheid en zijn vast en zeker plan met de wereld dat Hij zo uitbundig heeft geopenbaard in zijn Woord. Het kan niet stuk. Dan kunnen we de raarste, grootste dingen verwachten. Het is een grote vreugde om dat steeds weer in het Woord van God te ontdekken. Er komt geen einde aan. Prijs de Heer!

We gaan vol enthousiasme verder. Wij met onze kinderen. O Heer, bescherm ons denken in U. Laten we ons hart zetten op U en niet op de wijsheid van de wereld, die slechts zo beperkt is en nooit tevreden kan stellen. We loven en we prijzen uw Naam!

Prediker 9:1-12

11 juni [2]

9:1

dat de rechtvaardigen en de wijzen met hun werken in Gods hand zijn, zowel liefde als haat; de mens weet niets van wat voor hem ligt.

9:3

Dit is het ergste, dat onder de zon geschiedt: dat allen eenzelfde lot treft; daarom is het hart der mensenkinderen vol boosheid en is er verdwaasdheid in hun hart hun leven lang;…

9:7

Welaan dan, eet uw brood met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk hart, want als gij dit doet, dan heeft God dit reeds lang zo gewild.

9:8

Laten uw klederen te allen tijde wit zijn en olie ontbreke niet op uw hoofd.

9:9

Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen des ijdelen levens, die Hij u geeft onder de zon, al uw ijdele dagen, want dat is uw deel onder de levenden en bij het zwoegen, waarmee gij u aftobt onder de zon.

9:12

Evenals zij worden de mensenkinderen verstrikt ten tijde des kwaads, als dit hen plotseling overvalt.

Wijs of dwaas, allen treft hetzelfde lot. We weten niet wat er morgen gebeurt. Allen treft eenzelfde lot. Het gaat allemaal naar de dood. We weten niet wan­neer de goede dagen en de kwade dagen komen. Dat is het ergste en daarom is het hart van de mensen boos. Daar gaat het om. Het is vreselijk, hoe boos het hart van de mens kan zijn. Daar gaat het niet alleen om de boze mens, maar om het hart van alle mensen. We weten maar al te goed hoe ons hart boos kan zijn. We gaan er elke keer onder gebukt. Daarom gaat het elke keer weer ver­keerd. En of we nu goed doen of kwaad doen; allen treft eenzelfde lot. We gaan naar het dodenrijk. Daarom roept Prediker ons op om met vreugde te le­ven, te eten en te drinken. Want zo heeft God het reeds lang bedoeld. Het pa­radijs zonder zonde. Waar alles zeer goed was, daar was geen zorg en geen pijn, daar was geen boosheid en zonde. Daar was vreugde en geluk. En daar­om: Leef zoals God het bedoeld heeft. Leef gelukkig met de vrouw van uw jeugd. Zo heeft God het bedoeld. Wijk daar niet van af. Dat voelen we alle­maal op onze klompen aan.

Daarom, doe zo je werk met vreugde onder de zon. Doe je werk. Het is zwoe­gen en tobben en we weten niet wanneer de kwade dag komt. De hele wereld is aan de vruchteloosheid onderworpen. De zonde heeft ons aller leven geha­vend. We weten slechts ten dele. We lijden aan de zonde en de tekortkomin­gen in ons zelf. En we eindigen allemaal in het dodenrijk zowel de goeden als de slechten. En tijd en toeval treffen ons allemaal. De mens kent zijn eigen tijd niet. Vandaag zijn we er en morgen zijn we er niet meer. Het overkomt je plot­seling. En wat kan je niet plotseling overkomen? We weten er alles van. We leven in een zondige wereld, een ijdelheid op ijdelheid. Het was goed en het wordt goed. Want ons leven is in de hand van de Here, leef daarom dit leven met God ook al gaat het met zwoegen en tobben en onverwachte dingen op weg naar de dood gepaard.

Prediker 9:13-10:15

12 juni [2]

9:16

Wijsheid is beter dan kracht,…

10:3

Waar de dwaas ook gaat, zijn verstand ontbreekt;…

10:12

Woorden uit de mond van een wijze zijn innemend, maar de lippen van een dwaas verslinden hemzelf.

10:15

Het zwoegen van de dwaas mat hem af, omdat hij den weg naar de stad niet weet.

Een plastisch voorbeeld. De stad wordt belegerd. De stad had gered kunnen worden als ze naar de arme wijze man geluisterd hadden. Maar niemand luis­tert naar een arme wijze man. Daar wordt niet naar geluisterd. Het zijn de dwazen die dan in hoogmoed op de armen neerkijken en hen geen wijsheid toekennen. En zo gaat de stad verloren. En zo zie je dat er een prachtig geheel kan zijn, maar als de dwaze daar de grip op krijgt, dan wordt het een stinkende zaak. Dan komt er niets meer van terecht. En hoe vaak zijn het niet de dwazen die tekeergaan en de boel in de war sturen. Het is een steeds weerkerende zaak. Het zijn vaak de dwaze machthebbers die de wijze woorden van God in de wind slaan en het volk gaat te gronde. Het wordt van kwaad tot erger. We zien het dwars door de geschiedenis heen. En het volk lijdt daar dan onder. Het is afmattend en vermoeiend. Het is mensonterend en mensen verslindend. Velen worden ervan het slachtoffer en vinden de dood. Het is vreselijk, wat de dwazen teweeg kunnen brengen en hoe ze hun best doen om de wijsheid onder de maat te houden. Hele legers zijn door dwazen op de been geholpen om an­dere volken uit te moorden. Onze gedachten gaan alleen al terug naar de Tweede Wereldoorlog.

Maar ook vandaag aan de dag, aan de oorlog die woedt in de baarmoeders van vijftig miljoen vrouwen, elk jaar, als hun kindje wordt weggerukt onder hun hart. Vermoord en in de blauwe vuilniszakken van de medische industrie ge­dumpt. Het is vreselijk Wat een wereld. Prediker heeft er krachtig voor ge­waarschuwd. De dwaasheid brengt dood en verderf. Pas daar dus voor op. Zet je in voor de wijsheid, want dat is innemend en goed voor de mensen. Daar varen we wel bij. Dan gaat het goed. Wat een heerlijk boek, Prediker. Je wordt er een beetje door in de war gebracht, maar er zit een scherpe, duidelijke lijn doorheen. Het gaat om de wijsheid Gods temidden van een in zonde gevallen wereld, waar we allemaal, wijs en dwaas, te maken hebben met zwoegen en tobben en niet weten en de dood. Maar het komt er op aan waar we ons op richten. Waar zet je je hart op. Zet je hart op de Here God, want zo heeft God het bedoeld in het paradijs. Zo is het van den beginne geweest. En daar zal het weer naar toe gaan. Want zo als het in deze wereld gaat kan het niet zijn. Het is een slappe afschaduwing van wat het eens geweest moet zijn. De schepping zucht in al haar delen. Het is dood op dood. En de laatste prikkel is de dood. Verzoeningsvoorwaarde voor herstel. Want waar zonde is, moet schuld bele­den worden en is verzoening nodig. Die verzoening komt en is gekomen door de Zoon van God. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn enig­geboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Glorie voor zijn Naam!

Prediker 10:16-11:6

13 juni [2]

10:17

Heil u, o land, welks koning een edele is,…

10:18

Door luiheid valt het gebinte ineen en door slapheid der handen wordt het huis lek.

11:1

Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.

11:4

Wie steeds op de wind let, zal niet zaaien;…

Prediker gaat verder. Wijsheid na wijsheid. Het zijn zulke grote waarheden. En die hebben steeds te maken met de inrichting van ons leven. We moeten ons inzetten voor huis en haard. We moeten niet lui zijn. Het is belangrijk, dat we een koning hebben die geen kind is maar een wijze. We moeten ook de koning hoog houden. We moeten bidden voor koningen en hooggeplaatsten, zegt Paulus later tegen Timótheüs, opdat wij een stil en gerust leven hebben. Het gaat daar niet alleen om een goede koning, maar juist ook als het een dwa­ze koning is. God kan het hart van de koningen neigen als waterbeken, overal heen leiden waar Hij het wil. En het gebed van de rechtvaardige vermag veel, omdat er kracht aan verleend wordt. God is goed! Prijs de Heer! Zo is het en zo was het en zo zal het blijven. En God is doende om alles terug te brengen zoals het geweest is en wij doen er goed aan om daar bij te horen. Daar gaat het in Prediker om. Schaar je niet in het koor der dwazen, maar schaar je bij de wijsheid van God. Er zijn niet verklaarbare dingen. Het is ook erg dat de zon opgaat over goeden en slechten. Het gaat ook slecht met rechtvaardigen en het lijkt of de zondaren het voor het zeggen hebben. Het is ook vreselijk om het aan te zien. En het hart van de mensen is slecht en boos. We weten het maar al te goed. En we doen er goed aan om ons in te zetten voor de dingen, die van God zijn, zoals God het bedoeld heeft. En niet andersom. Want dwaas­heid brengt ellende voort. We weten het maar al te goed. En uit wijze woorden komt innemendheid voort. God is goed! Prijs de Heer!

En je moet je brood uitwerpen op het water, want gij zult het vinden na vele dagen. Daar moeten we ons voor inzetten. Wij weten niet of het gaat regenen of gaat waaien. Wij weten niet wat het morgen zal zijn. Wij weten niet wan­neer het nu de juiste tijd is om te zaaien. Maar als je op de wind blijft letten dan kom je nooit aan zaaien toe, laat staan aan omwaaien. Daarom, doe je werk. Zet je in. Werk en werk. Van de vroege morgen tot de dag voorbij is. Want je weet niet of het ene of het ander zal lukken. En we zullen moeten zwoegen, willen we ons brood verdienen. We weten niet of het allemaal zo zal blijven. We weten niet wat de volgende dag brengt. Alles is ijdelheid, daarom moeten we doen zoals God het bedoeld heeft, met vreugde onze dag al zwoe­gende vullen, omdat God het weer terug gaat brengen naar de tijd van het pa­radijs en wij niet weten wanneer dat zal zijn. Wij gaan allemaal dood, maar het maakt een groot verschil of je als wijze rechtvaardige sterft of als dwaze, want God heeft het leven in de hand van de rechtvaardige en de wijze zoals Hij dat bedoeld heeft in al de geboden en voorschriften, zoals Hij die ten leven heeft gegeven.

Het is een grote vreugde om met die God door het leven te gaan. We weten dat Hij het meeste lijdt aan de zonde in ons leven. Hij schiep de man en de vrouw naar zijn beeld. En het was zeer goed. Hij werkt het hardst om deze wereld weer te herstellen van de zonde. De laatste tijd is aangevangen op het kruis van Golgotha en daarom mogen wij vanuit de verzoening van Jezus werken en onze dagen vullen met blijdschap in de verwachting van dat nieuwe rijk van recht en gerechtigheid, dat spoedig zal komen voor hen, die Hem verwachten. Prijs de Heer, want Hij is goed!

Prediker 11:7-12:14

14 juni [2]

11:8

Daarom, indien de mens vele jaren leeft, zo verheuge hij zich in die alle, maar hij bedenke, dat de dagen der duisternis vele zullen zijn: al wat komt, is ijdelheid.

11:9

Verheug u, o jongeling, in uw jeugd, en uw hart zij vrolijk in uw jongelingsjaren;…

12:1

Gedenk dan uw Schepper in uw jongelingsjaren,…

12:5

want de mens gaat naar zijn eeuwig huis en de rouwklagers gaan rond op de straat –;…

12:7

en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft.

12:8

IJdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, alles is ijdelheid!

12:11

De woorden der wijzen zijn als prikkelen; als ingeslagen nagelen zijn de verzamelingen daarvan; gegeven zijn zij door één herder.

12:12

En overigens, mijn zoon, wees gewaarschuwd; er is geen einde aan het maken van veel boeken en veel doorvorsen is afmatting van het lichaam.

12:13

Van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen.

12:14

Want God zal elke daad doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad.

De dood komt onherroepelijk. De duisternis komt. Alles is ijdelheid. Het gaat naar de dood. Er is zonde en verval in de wereld. Het gezicht vermindert, het gehoor neemt af, je rug kromt, je stem wordt hoog enz. enz. enz. Het wordt allemaal zeer creatief gezegd, maar één ding is zeker, het leidt allemaal naar het graf. Daarom is het goed om je te verheugen in je jongelingsjaren en je in elke dag te verheugen, maar te weten dat de ouderdom en de moeite komen. Daarom, denk aan je Schepper in je jongelingsjaren. Volg God! Leef met Hem! Want de rest is ijdelheid.

Alles sterft en de geest keert weer naar God, Die hem ook geschonken heeft. Wat een wijsheid, wat een realisme. Wat een uitzicht. Wat een tragiek ook. God schiep de wereld goed. Het was allemaal zeer goed. De zonde is in de wereld gekomen. Het is verkeerd gegaan. We zien het om ons heen. De zonde heerst overal. Dwars door alles heen. De schepping is aan de vruchte­loosheid onderworpen. Alles is ijdelheid. Alleen wat voor God is, blijft eeuwig bestaan. zijn Woord blijft eeuwig bestaan. De boom valt af, het gras ver­dort. Alles gaat dood. De dood is de laatste prikkel. Het zal eenmaal ophouden. Dan is het voorbij. Dan is er het eeuwige leven. Dan hebben we de ware wijsheid. En daar heeft Prediker het over. Daar komt hij op uit.

Want van al het gehoorde, hoe wijs de woorden ook mogen zijn, van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. Alles wat je doet komt in het gericht en God zal het oordelen. Daarom is wijsheid de wil van God en dwaasheid leidt tot het ver­derf. Daarom is alles wat je doet, zonder God, ijdelheid. Daarom moeten we dwars door alle ijdelheid van het leven de toekomst zien, waarin God alles zal herstellen en er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is. We zullen dus alle­maal door dit tranendal heen moeten. Want allen sterven we. De goeden en de slechten. Allemaal worden we oud. We gaan allemaal naar hetzelfde toe. De dood. De dood wenkt. De goeden sterven en de kwaden hebben een voor het oog gerust en stil leven. Gelovigen worden vervolgd en machthebbers doen alsof ze het eeuwige leven hebben. Maar God zegt: Het lijkt allemaal zo. Het is tijdelijk, want ook deze machthebbers gaan naar het graf en hun opvolgers hebben het er niet mee over. Het is allemaal ijdelheid en najagen van wind. Maar gedenk daarom uw Schepper in uw jongelingsjaren, doe wat Hem wel­gevallig is. Wijk niet af van de Schepper. Want de verleidingen zijn vele. Blijf bij de geboden van God. Als je de geboden Gods bewaart, dan wil je wijs en goed leven. Dan zul je de wijsheid najagen en niet met de dwaas meegaan. Dan zul je goede dingen willen doen en zul je je inzetten om zaad te zaaien en te maaien en de dagen te vullen met de inzet voor je werk, wat dat dan ook wezen mag. Dan zou je de dingen positief benaderen. Want elke dag is er één. En elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Dan sta je op met een positie­ve inslag, omdat God de dag gemaakt heeft. Omdat je leven geborgen is in Christus, in God. Omdat je leeft in deze wereld, maar niet van deze wereld bent. Je verwacht een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtig­heid woont. Wat een heerlijk leven. Wat een stressbestendig leven. Wat een geweldige weerstand bouw je op tegen alle negatieve dingen, die alom je le­ven willen verzuren. Prediker is een geweldig boek om alles in een eeuwig perspectief te zien. Om alles te relativeren en te verankeren in de zekerheid, dat God het grote wereldgebeuren, maar ook jouw leven in zijn hand heeft. Daarom, ook vandaag, ons inzetten om de geboden van God te onderhouden. En het geheim is dat die geboden niet moeilijk zijn. Die zijn in je hart. Om ze te doen. En ‘liefde’ is het sleutelwoord. Probeer het maar weer. En daar waar je het kwijt geraakt bent, begin je weer van voren af aan. En je weet liefde, be­gint bij je zelf en veronderstelt niet wederliefde. Liefde is de basis om liefde te krijgen. Ga met God, dan ga je goed.

Prediker sprak. Hij maakte ook mooie spreuken. Salomo is een wijs koning. Zijn spreuken in een en dertig hoofdstukken vervat, zijn geweldig. Sommigen lezen elke dag een hoofdstuk en beginnen de volgende maand weer. Een goed idee. Want het zijn woorden van wijsheid. En ze zetten je op het rechte spoor. Want de vreze des Heren is het begin van alle wijsheid, zegt de Spreuken en dat is absoluut waar.