2022-12-02: Zijn bloed onze verlossing

2022-12-02: Zijn bloed onze verlossing

Bijbelleesplan "In twee jaar de Bijbel door" 1 december 2022

Notities van drs. L.P. Dorenbos bij Lukas 22:1-23

Lucas 22:1-23

1 december [2]

22:1

Het feest nu der ongezuurde broden, dat Pascha genoemd wordt, naderde.

22:2

hoe zij Hem uit de weg konden ruimen, want zij waren bang voor het volk.

2:3

En de satan voer in Judas, genaamd Iskariot, die tot het getal der twaalven behoorde.

22:5

en kwamen overeen hem geld te geven.

22:6

om Hem, buiten de schare om, aan hen over te leveren.

22:8

Gaat heen, maakt het Pascha voor ons gereed,…

22:10

die een kruik water draagt.

22:11

Waar is het vertrek,…

22:12

En hij zal u een grote bovenzaal wijzen,… maakt het daar gereed.

22:15

Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer Ik lijd.

22:16

Want, Ik zeg u, dat Ik het voorzeker niet meer eten zal, voordat het vervuld is in het Koninkrijk Gods.

22:18

voordat het Koninkrijk Gods gekomen is.

22:20

Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.

22:21

is met Mij aan de tafel.

22:22

doch wee die mens, door wie Hij verraden wordt!

22:23

wie van hen het wel kon zijn, die dat zou doen.

Wat een tragiek. Hij kwam om voor Zijn volk verlossing te brengen. Hij bracht een boodschap van bevrijding. Van vertroosting. Het volk hing aan Zijn lippen. Hij deed niets anders dan de Schrift openen. En wat gebeurde er? Ze deden niets anders dan proberen Hem uit de weg te ruimen. Hij had het er ook wel naar gemaakt. Want ze begrepen heel goed dat deze profeet het op hen gemunt had. Hij ontmaskerde hun wetjes en geboden. Ze hadden een hele dogmatiek opgebouwd waaronder het volk gebukt ging. En dat werd ontze­nuwd en nog wel ten aanschouwen van het volk. Dat was ook verschrikkelijk. Dat was ook ontluisterend voor al die hoge heren, die in lange gewaden lange gebeden uitspraken en hooghartig rondliepen alsof zij het volk en de wijsheid in pacht hadden. Daar kon je ook problemen op verwachten. Want dat namen ze niet.

Maar het is in en in triest, dat de Messias, hun Messias, waar ze toch zo naar verwachtten, zo aan Zijn einde moest komen. Wat een tragiek dat ze hun eigen Messias kruisigden. Wat kun je een verkeerde blikrichting krijgen met de Bijbel in de hand. Ze hadden het kunnen weten als ze er hun eigen verhalen niet bijgemaakt hadden. Hoe belangrijk is het dan ook niet om steeds maar weer opnieuw dicht bij het Woord te blijven. We zitten zo maar verkeerd. We moeten dan ook steeds opnieuw het Woord lezen en vertrouwen en op ons laten inwerken. Dat is ontzettend belangrijk.

En daar zitten ze te beraadslagen hoe ze Hem uit de weg kunnen ruimen. Maar ze zijn bang voor het volk. Je moet niet het volk tegen je krijgen. Dus we moeten Hem wel op een moment gevangen nemen buiten het volk om. En daar gaat Judas. Wat een wonder. Wat een geschenk. Eén van hen. En ze geven hem geld. En hij is het daar mee eens. De satan vaart in hem. Dat is ook een teken. De satan kan in je varen. En die ligt altijd op de loer. God is er en Die wil je beschermen en vullen met Zijn liefde. Maar als je de boze een voet geeft dan ben je zo maar op het verkeerde spoor. Het is een gevecht in ieders leven. En daar moeten we niet te lichtzinnig over denken. Het is ontzettend belangrijk om te zien en te erkennen dat we midden in een geestelijke strijd zitten. Er wordt een permanente aanval op ons uitgevoerd. We moeten in het kamp van de vijand, van de duivel, van de godloochenaar, van de mensen­moordenaar, van de beginne terechtkomen. En God stuurt Zijn Zoon om te lijden en te sterven aan het kruis om onze zonden te verzoenen. Want we zijn allen in zonde ontvangen en geboren. We zijn allen onder de zonde gekomen in het paradijs bij de zondeval. Het is verschrikkelijk. Daar begon de slang al van te sissen. Daar begon hij de mens al te verleiden en er is niets veranderd. Hij probeert nog steeds alle mensen te verleiden. En dat gaat steeds maar door. Het is een constante aanval. Maar God zij dank. Het kruis heeft gestaan. Er is redding, maar door vuur heen. Wat een tragiek om door je eigen mensen ver­raden te worden. Daar word je toch niet vrolijk van? Wat een tragiek. Wat een ellende. Wat een vreselijke toestand. O God, help me toch, om niet te vallen in de handen van dat loeder, dat probeert de wereld kapot te maken. Want één ding is zeker. De satan heeft het slechte met ons voor. Hij wil ons kapot maken. Hij wil ons stuk maken. O HERE, red ons! Help ons! Bescherm ons!

De afspraak is gemaakt. Judas zal proberen hem buiten de schare om, over te leveren.

Ga naar de stad en daar zul je een man tegenkomen met een kruik op z’n hoofd en vraag hem waar de Meester het Pascha gereed kan maken. En dat gebeurt. Jezus doorziet alles. Hij kan voor- en achteruit kijken. Hij kijkt dwars door je heen. Hij weet alles. Aan Hem zijn alle wetten onderworpen. Voor Hem is niets te wonderlijk. Hij stuurt ze op pad. En het gebeurt zoals Hij heeft gezegd. Wat een geweldige gedachte om te weten dat Hij je altijd voor gaat. Hij laat je nooit in de steek. Hij leidt je leven. Hij weet wat goed voor je is. Hij weet al wanneer de vijand probeert je te laten struikelen. En dan vangt Hij je op. Wat een zegen. Wat een genade. Wat een belofte. Wij zien het niet. Want wij kunnen nog niet eens een stap vooruit kijken. Maar Hij weet van de voetangels en klemmen. Hij wil je vasthouden. Hij wil je helpen. Hij wil je overeind houden. Hij schraagt je. Want een bevrijdende, ontmaskerende gedachte. Je hoeft het zelf niet meer te doen. Hij wil altijd bij je zijn. Een heerlijke gedachte. Glorie voor Zijn Naam!

‘Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer ik lijd.’ Het Pascha is het grote feest. Het getuigt van de uittocht uit Egypte. De bevrijding. Het was ook het feest van de verwachting van de bevrijding. De verwachting van de Messias. En het is ook het vergezicht. Jezus zal het straks weer eten als het Koninkrijk Gods gekomen is. Het is de zekerheid dat dat Koninkrijk gaat komen. Vast en zeker. Wat een profetie. Wat een vervulling. Hij zal gaan lijden. Hij zal de zonden van de wereld verzoenen. Waar zonde is, moet gerechtigheid gedaan worden. En dat zal de Zoon van God Zelf doen. Geen mens kan het. Hij zal Zelf alles moeten doen. Hij zal zelfs hun wet weer in hun binnenste moeten leggen. We zijn zo weerbarstig. We kunnen zelf geen el toevoegen aan onze verlossing. Het is enkel genade, om Christus’ wil. Wat denken we wel. Het is Zijn verdienste. Wat zijn we vaak arrogant, dat we denken ook maar iets te kunnen toevoegen. Hij werkt in ons willen en in ons werken. Hij legt Zijn woorden in ons hart. Hij leert ons. Wij komen niet tot Hem, maar Hij komt naar ons toe. Wij nemen Hem niet aan, maar Hij neemt ons aan. Wij mogen ons restloos werpen in de armen van de nodigende God. Hij gaf Zijn leven zodat wij tot Hem konden komen. Wat een genade. Daar raak je niet over uitgepraat. Dan word je enthousiast. En wil je het wel aan alle mensen rondbazuinen, en dat moeten we dan ook doen. Glorie voor Zijn Naam! En Hij nam een brood: ‘Dit is Mijn lichaam dat voor u gegeven wordt, doet dit tot Mijn gedachtenis’. Hij gaf Zijn lichaam in de dood. Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Hij gaf Zijn lichaam, Zijn bloed. Bloed moest vloeien. En wat vloeide er een bloed. Niet uit dieren; Gods Zoon Zelf gaf Zijn leven. Hij was het Lam. De Here Zelf verschaft Zich een lam tot slachtoffer, Mijn Zoon. We zien Abraham lopen. We zien hem vertrouwen. En dat werd hem tot gerechtigheid gerekend. Wat een fantastisch verband is er in de schriften. God kiest Zich een volk uit. God kiest Zich een offerlam uit. God kiest Zich een weg uit tot verlossing. Hij neemt het niet. De duivel wordt uitgebannen. Het verlossingsplan wordt uitgevoerd. Vast en zeker. Daar hoef je niet aan te twijfelen. Wat een toestand. Wat een halsstarrigheid. En dan te denken dat de geestelijke leidslieden van die dagen nu bijeenzitten om te beraadslagen hoe ze Hem uit de weg kunnen ruimen. Hoe is het mogelijk dat ze finaal voorbij kunnen gaan aan het heil. Ze wilden ook niet geloven in een lijdende Messias. Maar het staat er toch zo duidelijk, in Jesaja 53. En Hij kwam toch voor de gebrokenen van hart, volgens Jesaja 61. Het was toch zo duidelijk. En natuurlijk lezen we over de glorieuze intocht. Maar we lezen ook de finale eindstrijd. Het Armageddon waar we nog steeds op wachten. De boze gaat te keer. Hij gaat rond als een briesende leeuw. De zonde zit diep in de samenleving. Zit diep in de mens. Wij staan schuldig. O Here God, help ons! Wij vergaan. En hoe kunnen we bestaan zonder U. Here dank U wel voor zoveel liefde voor ons zondige mensenkinderen die keer op keer tekort schie­ten en van Uw genade moeten leven. Dank U wel! Wij mogen de beker der dankbaarheid drinken. Het is goed om dieper in te gaan op de feesten in Israël. Waarom vieren wij het Pasen niet op de data dat we het bijbels horen te vieren? Wie heeft ooit bedacht dat die dag veranderd moest worden? Dat slaat toch nergens op. Dat staat toch nergens. We moeten weer terug naar de bijbelse feestdagen en de bijbelse kalender. We zijn toch geënt op de stam. Dus wij behoren er toch ook toe. Waarom moet het dan zo nodig veranderd worden? Dat is nogal een belediging voor God en voor het uitverkoren volk. Er was toch duidelijk een datum door God genoemd? En daar moeten wij ons toch ook aan houden. Als we zien dat het zo belangrijk is bij het lijden en sterven van de Here Jezus, dan is er des te meer reden om ons daarin te verdiepen.

En we worden weer geconfronteerd met hem die Hem verraden zou. Hij is onder ons. De verrader is onder ons. En is dat ook niet uit het leven gegrepen. Hoe vaak is er een verrader in eigen kamp? Wat een verdriet, om door elkaar verraden te worden. Hoe vaak laat de een de ander niet in de steek? Het is uit het leven gegrepen. Hier is het wel heel erg schrijnend. Hij had al de afspraak met de geestelijke leiders, maar hij zit nog aan tafel. Wat kun je ver gaan als de zonde je eenmaal te pakken heeft. Dan ga je ver. Dan ben je op gevaarlijk terrein.

Mijn gedachten gaan naar die tafel of liever hoe ze daar aanliggen. Het is zeer aangrijpend. Het laatste avondmaal. Het is een zeer geëmotioneerd geheel. De spanning is om te snijden. Ze moeten het Pascha vieren, maar ze weten alle­maal hoe gevaarlijk de situatie is. Wat gaat er gebeuren? En wat moeten ze met deze woorden? Gaat Hij dan echt lijden? En hoe dan? Ze begrijpen het niet. Een vreemde sfeer hangt er. Ze weten het niet. Wat moet het worden? De Here is groot. Hij volvoert Zijn plan. Wat moet Hij toch altijd en steeds weer teleurgesteld zijn in Zijn volgelingen die steeds niet begrijpen wat er allemaal gaat gebeuren. Dat geldt ook vandaag. De wereld staat in brand, maar wat maakt de kerk zich druk? Ze hebben er nauwelijks weet van. Ze weten niet wat ze aan moeten met de eindtijd-profetie. Het is akelig en angstig stil in de kerk. Het is zo stil. Moge uw komst, o Here God, met spoed komen. We zullen dan allen verbaasd staan. Houd ons dicht bij Uw Woord! Er is veel dat ons verstand te boven gaat, maar help ons om ons aan één ding vast te klampen, en dat is Uw trouw. Wij eten het brood en wij drinken de beker. Dat is ons eeuwig houvast om, samen met U in het eeuwige Koninkrijk van recht en gerechtigheid, samen met U de beker te heffen. Glorie voor Zijn Naam! Het wordt steeds mooier. Dank U Heer, voor zo’n bevrijdend evangelie. Help mij het te proclameren. Amen




Naar alle artikelen