2022-02-17: Vervulling van eindtijd profetieen

2022-02-17: Vervulling van eindtijd profetieen

De verdeling van het land in detail geregeld  Eindtijd vervulling zal ook gedetailleerd gaan zoals profetisch aangekondigd. Let op de tekenen der tijden volgens de profetie

Jozua 15:13-63

17 februari [2]

15:13

Aan Kaleb, de zoon van Jefunne, gaf hij een deel in het midden der Judeeërs,… Dit is Hebron.

15:17

Othniël nu, de zoon van Kenaz, de broeder van Kaleb, nam het in; en hij gaf hem zijn dochter Achsa tot vrouw.

15:19

Toen gaf hij haar de hoog- en laaggelegen bronnen.

15:47

Gaza en zijn onderhorige plaatsen en dorpen, tot aan de beek van Egypte, de Grote Zee en de kust.

15:63

De Judeeërs echter konden de Jebusieten die in Jeruzalem woonden, niet verdrijven, zodat de Jebusieten bij de Judeeërs in Jeruzalem zijn blijven wonen tot op de huidige dag.

Het wordt allemaal tot in detail beschreven. Het gaat hier over het erfdeel voor de stam van Juda. Het is het gebied waar ook Jeruzalem in ligt. Het gaat tot aan Kades Barnea, dat is de onderste punt. En dan gaat het bij de Schelfzee omhoog tot aan de Grote Zee en dan bij Gaza omhoog. Dit is dus het gebied dat erfdeel is van Juda. En zo is het voor elke stam precies omschreven. Dat is het hun door God gegeven land. Voor altoos en immer. Ze zijn wel vierhon­derd dertig jaar in Egypte geweest en ze zijn in ballingschap gegaan en tot op vandaag zijn er miljoenen onder de volkeren verspreid, maar Gods beloften blijven Gods beloften. Ze zullen allen weer terugkeren naar het land en recht hebben op dit erfdeel. Dat is Gods plan met zijn volk en zijn land. Ze zijn ver­spreid onder de volkeren vanwege hun zonde. Ze zijn de afgoden keer op keer nagevolgd en God heeft profeten gestuurd, maar ze hebben niet geluisterd. En dan moeten ze ook niet opkijken, dat ze in ballingschap gaan. En er zijn er slechts een gering aantal teruggekeerd. De rest verkoos het om te blijven bij de vetpotten van de landen waar naar toe ze verstrooid waren. En dat is tot op vandaag nog precies hetzelfde. Slechts als er grote druk is, is er dwang om terug te keren naar het beloofde land. Dat was na de Tweede Wereldoorlog toen zes miljoen Joden in het christelijke, welvarende westen waren omge­bracht in de concentratiekampen. En dat is nu, nu de Joden in Rusland het te kwaad en te arm krijgen. Maar de aliyah voor hen uit het Westen is een vaag begrip. Daar voelen ze niets voor. Huis en haard verlaten. Neen. Het is hun tijd nog niet. En misschien is dat ook wel zo. Misschien moet er eerst de door God gebrachte druk komen voordat ze hun biezen pakken. God zelf zal hen roepen.

Maar voorlopig zijn ze nu in Israël aangekomen. Kaleb krijgt een deel in het erfdeel van Juda. Hij krijgt de stad der Enakieten, de reuzen waar de tien an­dere verspieders zo bang voor waren. Hij verslaat hen. Hij verslaat ook een andere onverslaanbare reus. Of liever gezegd dat doet Othniël, de zoon van zijn broer. En als dank krijgt die de dochter van Kaleb tot vrouw. Zij vraagt nog een extra bruilofstgift en ze krijgt de hoog- en de laaggelegen bronnen. Zo wordt het land toegewezen. En de oorspronkelijke bewoners zijn verjaagd en omgebracht. God neemt bezit van zijn land. Het beloofde land.

En dan eindigt dit hoofdstuk met een trieste mededeling. Ze hebben geen kans gezien om de Jebusieten te verdrijven uit Jeruzalem. Dat slaat toch nergens op?! God had toch gezegd dat ze alle volken moesten verdrijven? Dat gold dan toch ook voor de Jebusieten. Maar die waren kennelijk te sterk. Dus die laat je er dan maar wonen. En nu wonen de Judeeërs en de Jebusieten samen in Jeru­zalem tot op deze huidige dag. Dat lijkt wel uit het leven gegrepen. God geeft ze hun land. En hoewel God wonder na wonder doet bij de Jordaan naar Jeri­cho en al die andere wonderen bij de verovering, zijn ze kennelijk het wonder kwijtgeraakt om te geloven dat God in staat is om ook de Jebusieten uit Jeru­zalem te verdrijven. Dat is een stukje ongeloof waar ze nog heel veel last van krijgen. God is goed. God geeft opdrachten die niet te moeilijk zijn om uit te voeren. Het komt er alleen op aan of we vertrouwen hebben om het met de opdracht. wees sterk en moedig; te doen. Daar gaat het om. God is goed. En nog wel in Jeruzalem. Het is de stad van God. Het is de stad van de tempel. En daar blijven de Jebusieten wonen tot op de huidige dag. Dat slaat nergens op. En zo is het gebleven. Israël is nooit radicaal geweest. En we zullen het straks zien bij de ene koning na de andere, hoe hen dat in de problemen brengt.

En we kunnen gerust zeggen tot op de huidige dag. Israël blijft in strijd met de volkeren in hun land en rondom hun land. Het is één grote haatverhouding. En er lijkt geen oplossing. De oplossing is, als God Zich machtig vertoont en alle volken moeten erkennen dat de HERE God is. Dan zullen ze zich moeten bui­gen voor de Almacht van God. Dan zullen ze nog proberen om Israël een kop­je kleiner te maken, maar dat zal niet lukken, want dan komt de HERE met al zijn engelen en dan zal dit grote leger uit de volkeren de strijd verliezen in Ar­mageddon. In het dal van Megiddo. Dat zal een strijd zijn. Zo is het beschre­ven en zo zal het gaan. Het is uitermate belangrijk om ons te verdiepen in de geschiedenis van God met zijn volk en ons te verdiepen in het profetisch woord, waar God spreekt over de nog te komen geschiedenis van zijn volk. Dat wat we daar van kunnen begrijpen, moeten we ook aannemen. Doen we dat niet, dan komen we verkeerd terecht en dan ontwikkelen we een strategie waar we hopeloos mee vastlopen. Lees je Bijbel, leef je Bijbel en maak je strategie op grond van de Bijbel. Dat is de proclamatie voor de volkeren. Heerlijk evangelie. De weg naar het eeuwige leven. Zijn koninkrijk van recht en gerechtigheid komt. Vast en zeker!




Naar alle artikelen