2022-11-01: De verheerlijking van Jezus op de berg Tabor. Mozes en Elia verschijnen.

2022-11-01: De verheerlijking van Jezus op de berg Tabor. Mozes en Elia verschijnen.

Notities 2 november 2022 van drs. L.P. Dorenbos bij Lukas 9:18-43a

www.Kiesdanhetleven.nl

18 En het geschiedde, als Hij alleen was biddende, dat de discipelen met Hem waren, en Hij vraagde hen, zeggende: Wie zeggen de scharen, dat Ik ben?

19 En zij, antwoordende, zeiden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Dat enig profeet van de ouden opgestaan is.

20 En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij, dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide: De Christus Gods.

21 En Hij gebood hun scherpelijk en beval, dat zij dit niemand zeggen zouden;

22 Zeggende: De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood en ten derden dage opgewekt worden.

23 En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij.

24 Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal het behouden.

25 Want wat baat het een mens, die de gehele wereld zou winnen, en zichzelven verliezen, of schade zijns zelfs lijden?

26 Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, diens zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij komen zal in Zijn heerlijkheid, en in de heerlijkheid des Vaders, en der heilige engelen.

27 En Ik zeg u waarlijk: Er zijn sommigen dergenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij het Koninkrijk Gods zullen gezien hebben.

28 En het geschiedde, omtrent acht dagen na deze woorden, dat Hij medenam Petrus, en Johannes, en Jakobus, en klom op den berg, om te bidden.

29 En als Hij bad, werd de gedaante Zijns aangezichts veranderd, en Zijn kleding wit en zeer blinkende.

30 En ziet, twee mannen spraken met Hem, welke waren Mozes en Elias.

31 Dewelke, gezien zijnde in heerlijkheid, zeiden Zijn uitgang, dien Hij zoude volbrengen te Jeruzalem.

32 Petrus nu, en die met hem waren, waren met slaap bezwaard; en ontwaakt zijnde, zagen zij Zijn heerlijkheid, en de twee mannen, die bij Hem stonden.

33 En het geschiedde, als zij van Hem afscheidden, zo zeide Petrus tot Jezus: Meester, het is goed, dat wij hier zijn; en laat ons drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elias een; niet wetende, wat hij zeide.

34 Als hij nu dit zeide, kwam een wolk, en overschaduwde hen; en zij werden bevreesd, als die in de wolk ingingen.

35 En er geschiedde een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem!

36 En als de stem geschiedde, zo werd Jezus alleen gevonden. En zij zwegen stil, en verhaalden in die dagen niemand iets van hetgeen zij gezien hadden.

37 En het geschiedde des daags daaraan, als zij van den berg afkwamen, dat Hem een grote schare in het gemoet kwam.

38 En ziet, een man van de schare riep uit, zeggende: Meester, ik bid U, zie toch mijn zoon aan; want hij is mij een eniggeborene.

39 En zie, een geest neemt hem, en van stonde aan roept hij, en hij scheurt hem, dat hij schuimt, en wijkt nauwelijks van hem, en verplettert hem.

40 En ik heb Uw discipelen gebeden, dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund.

41 En Jezus, antwoordende, zeide: O ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, en ulieden verdragen? Breng uw zoon hier.

42 En nog, als hij naar Hem toekwam, scheurde hem de duivel, en verscheurde hem; maar Jezus bestrafte den onreinen geest, en maakte het kind gezond, en gaf hem zijn vader weder.

43a En zij werden allen verslagen over de grootdadigheid Gods

En het geschiedde, terwijl Hij in gebed alleen was. Jezus nam tijd om te bid­den. Hij ging in de stilte. Hij was alleen. Hij wilde de gemeenschap met Zijn Vader. Daar moet je de drukte voor mijden en de stilte zoeken. Dan komen je hersens tot rust. Dan kan God tot je spreken. Het is o zo belangrijk om alleen te zijn. Wat doen we dat toch weinig. Dat wat het meest normaal moet zijn, dat doen we het minst. Wat een domoren zijn we toch. Als zelfs Jezus alleen moest zijn om met Zijn Vader te spreken. Of beter: Zijn Vader met Hem, dan hebben wij dat toch zeker nodig. Daarom moeten we radicaal ons leven ver­anderen en de tijd nemen om te bidden. Spreek altijd met God! Maar om met een gewoonte te breken, dan moet er heel wat gebeuren. Dan moeten we van een verslaving af. Dat gaat niet in één keer. Daar moeten we elkaar ook bij helpen. Daar moeten we elkaar ook op wijzen. Begin in de morgen. Begin ge­woon. Zoek een moment. Maar doe het bewust. Het is belangrijk.

‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’ zegt Jezus. En dan roept Petrus op de vraag: ‘Wie zeggen jullie dat ik ben: ‘’De Messias, de Christus Gods’.’’ Dat is duidelijke taal. Zij wisten het en zij geloofden het. En zelfs op momenten van twijfel werden ze er weer bij bepaald. Het is de Messias. Daar mochten ze niet over spreken, want dat zou de tegenstanders alleen maar in de kaart spelen. Neen, zwijg erover. Het is Mijn tijd nog niet. Want de Zoon des mensen moet veel lijden. Hij zal verworpen worden, gedood, maar op de derde dag zal Hij opstaan. Dat is iets anders dan een Messias die de Romeinen zal verdrijven. Dat is geen Messias met macht en majesteit. Dat is een lijdende Messias die Zijn leven geeft. Ook al zal Hij in drie dagen opstaan. Het begin is, verworpen te zijn. Het verloren te hebben. De religieuze leiders zullen hun overwinning vieren.

En dan zegt Jezus heel sterke woorden. Want wie wil er nu achter een lijdende knecht blijven staan? Het staat in de Schriften en Jezus heeft het ze uitgelegd. Maar hun dogma’s en hun verwachtingspatroon stonden zo haaks daarop dat ze het nauwelijks wilden geloven. Daarom is het zo belangrijk wat Jezus dan zegt: ‘Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf’. Als hij denkt zijn eigen leven vast te kunnen houden, dan zal hij alles verliezen. Maar ga je achter Jezus staan, dan heb je alles gewonnen. Dan heb je je leven behouden. Want je kunt wel denken de hele wereld te winnen, maar dan heb je toch alles verloren als je niet achter Messias Jezus staat. Schaam je dus niet voor Hem. Maar predik het Woord aan iedereen. Want als dan Messias Jezus komt in al Zijn heerlijkheid van de Vader met alle engelen, dan komt het erop aan dat je je vasthoudt aan Jezus. Wat heb je gekozen? Wie heb je gevolgd? Waar heb je voor gekozen? Het gaat om je beslissing, nu. Kies voor Jezus, want Jezus heeft voor jou gekozen. Dan ben je deel van Zijn eeuwig Konink­rijk van recht en gerechtigheid. Dan zul je het ervaren. Ja, er zijn er die de dood niet zullen smaken, voordat ze het Koninkrijk zien.

En dan, acht dagen later, gebeurt er iets geweldigs. Jezus neemt Petrus en Johannes en Jacobus mee de berg op, om te bidden. Hier zien we het weer. Jezus wil alleen zijn met zijn hartsdiscipelen, op de berg, om te bidden. Wat is bidden toch belangrijk. Je kunt het niet genoeg doen. En het geschiedde, ter­wijl Hij in gebed was, dat Zijn aangezicht veranderde en Zijn kleding stralend wit werd. Gods tegenwoordigheid is heel dichtbij. En zie, twee mannen spra­ken met Hem. Mozes en Elia. Wat gebeurt er nu? Mannen van God van eeu­wen her, verschijnen. Mozes, van heel lang geleden en Elia van eeuwen later, spreken met Jezus, weer eeuwen later. Wat een wonder. Wat een indrukwek­kende verbinding van verleden, heden en toekomst. Het overtuigende bewijs dat er een eenheid is in de geschiedenis. Dat we allen zullen zien wie met Hem geleefd hebben. Op de jongste dag zullen allen die Hem van harte lief gehad hebben, verenigd zijn met Hem. Glorie voor Zijn Naam! Wat zullen Petrus en Johannes en Jacobus onder de indruk zijn gekomen. En deze mannen spraken met Jezus over de uitgang die Hij te Jeruzalem zou hebben. Ze spraken over Zijn lijden en sterven. Over de verzoening aan het kruis van Golgotha. Wat een bemoediging, wat een eenheid. Wat een kracht. Ze vallen in slaap. Geen wonder. Dat kun je toch niet verdragen. En als ze wakker worden dan zien ze de heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden.

En het geschiedde toen dezen van Hem scheidden dat Petrus zeide: ‘Laten we drie tenten opslaan. Voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een?’” Hij wist niet wat hij zei. Hij wilde hen bij zich houden. Dit was uniek, dit was geweldig. Dit is volmaakt. Dat wil je altijd wel meemaken. En er kwam een wolk die hen overschaduwde. Ze werden bevreesd, want wat zal er nu gebeu­ren? Ze gingen de wolk in. En een stem klonk uit de wolk: ‘Deze is Mijn Zoon, de Uitverkorene’. Dat is de stem van God. Hoort naar Hem. God, Die ons oproept naar Hem te luisteren. Naar de Uitverkorene. Dan gaat het goed. Wat een openbaring. Daar kun je je leven lang op teren. En Petrus komt er in zijn brieven ook op terug. En ook Johannes. Want er is geen woord dat gewor­den is of het is van God. En Petrus heeft het zelf gehoord. En roept ons op om het profetische Woord van het begin tot het einde dan ook onwankelbaar vast te houden. Glorie voor Zijn Naam! Wat een indrukwekkend verhaal. Daar kun je je hele leven mee vullen. Daar mogen we ons aan vasthouden. Want deze Jezus kwam in de eerste plaats voor ons. Hij gaf Zijn leven om te lijden en te sterven. Verzoening te doen voor onze zonden aan het kruis van Golgotha. Wat een last had Hij te dragen. Wat een bemoediging had Hij dan ook nodig. God zond twee geloofshelden: Mozes en Elia. En die spreken met Hem over wat er gaat gebeuren. De discipelen hebben nog geen flauw benul, wat er allemaal gaat komen. Het staat ook zo ver van hen af. Ze hebben de profetie ook heel anders begrepen. Maar het gaat wel gebeuren. En hoe kun je anders de stem van God horen, dan door een wolk die je beschermt tegen de krachtige tegenwoordigheid van God?

Dit zijn toch wel kerngedeelten van het evangelie. Het zijn hoogtepunten van Gods aanwezigheid naar ons toe. Hoe is het mogelijk, dat de heilige God zo dicht naar ons toekomt? Het is ons overgeleverd opdat we ons zouden vast­klampen aan Hem die ons heeft lief gehad. Dank U wel, voor die grote liefde. Ze spreken er niet over. En pas na de Hemelvaart zullen ze het verteld hebben. Wat een geweldig geheim hebben ze mee mogen dragen. Ze zullen er bij alle fasen in het leven van Jezus aan gedacht hebben.

De volgende dag gaan ze naar beneden en zien een grote schare en een man met een zoon, zijn enige, die bezeten is. Hij heeft de discipelen gevraagd hem te genezen maar ze konden het niet. Jezus is teleurgesteld. O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? Hij had toch macht gegeven aan de discipelen, maar ze hadden hun geloof al weer vaarwel gezegd. De boze geest gaat te keer in het leven van deze zoon. Hij stuiptrekt en hij schreeuwt. Hij is niet te houden. Wat een ellende. En de boze geest doet alles om de jongen niet te verlaten, maar Jezus bestraft de boze geest en al stuiptrekkende verlaat deze de jongen en hij geeft hem terug aan zijn vader. En allen stonden verslagen over de Majesteit Gods. Ja, dat is ook zo. Het is ook niet te geloven. Het is toch geweldig? De boze geesten gaan voor hem op de vlucht. Dat is nog eens Gods krachtige aanwezigheid. Glorie voor Zijn Naam! De wereld op de berg is als in de hemel. God is aanwezig, en ook Mozes en Elia zijn aanwezig. En dan kom je weer beneden en je valt meteen weer in de oorlog die er heerst tussen goed en kwaad. De boze machten gaan steeds te keer. Soms als agressieve, boze geesten, die ook zichtbaar zijn voor de mensen. Het zijn de demonen. Maar ook vaak in ons hart, waar de boze ook kan huizen. Vaak achter een façade van vroomheid en schijnheiligheid. Het valt soms zo maar over je. God weet van deze strijd. Hij wist, dat alleen door het zenden van Zijn Zoon, er een oplossing was om voorgoed de duivel uit te bannen in de grote eindstrijd. En dat door de verzoening van de zonden en het herstel van alle dingen. En in die kracht mogen wij ook voortgaan om heilig en onberispelijk te leven. We mogen en we moeten Hem gehoorzamen en volgen. Want dat is het evangelie van het Koninkrijk. Dat baant zich een weg temidden van de duisternis, die zal verdwijnen als Hij verschijnt in volle kracht met al Zijn engelen. Dat zal wat zijn. Wat een geweldige gebeurtenis zal dat zijn. Het wordt hier gezegd. En de hele wereld is er opgericht dat dat moment zal aanbreken.

Er heerst een grote oorlog. Er heerst een geestelijke strijd. We zien het aan alle kanten. Het begint al met het leven. Alles wordt geboren om te sterven. En dat is niet de bedoeling. We zijn geschapen naar het beeld van God om eeuwig te leven. Dat is de bedoeling. Als je een baby ziet, dan is dat een volmaakte gebeurtenis. Het is een wonder. Het is Gods schepping. Dat vervult je hart met blijdschap en ontzag voor de scheppende God. Het is onvoorstel­baar mooi. En elk graf en elke ziekte is een herinnering aan de zondeval. God heeft het zo niet bedoeld. We zien het telkens weer als Jezus de zieken geneest en de boze geesten uitrijft. Alle kracht van boven moet komen om de boze weg te jagen. Elke genezing is een overwinning op de satan. Het is het bewijs dat God op de troon zit. Hij werkt met alle macht om het herstel van alle dingen. Die dag zal komen met macht en majesteit om met al Zijn engelen te komen om dat Koninkrijk van God te grondvesten met recht en gerechtigheid. Glorie voor Zijn Naam!


Notities van drs. L.P. Dorenbos bij Lukas 9:18-43a




Naar alle artikelen