01-02-2022: De Bijbelse grenzen van Israel

01-02-2022: De Bijbelse grenzen van Israel

De Bijbelse grenzen van Israël

Jozua 1:1-18

1 februari [2]

1:2

maak u gereed, trek over de Jordaan hier,…

1:3

Elke plaats die uw voetzool betreden zal, geef Ik ulieden,…

1:5

Ik zal u niet begeven en u niet verlaten.

1:6

Wees sterk en moedig, want gij zult dit volk het land doen beërven, dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te zullen geven.

1:7

Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet…

1:8

Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht,… want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken…

1:9

wees sterk en moedig?

1:11

want binnen drie dagen zult gij de Jordaan hier overtrekken…

1:14

en gij zult hen helpen,…

1:17

zullen wij naar u horen;…

1:18

Alleen, wees sterk en moedig!

Mozes is gestorven. Een groot man ging heen. Wat een tragiek. Geboren en in het paleis opgevoed. Daarna veertig jaar in de woestijn bij zijn schoonvader Jethro. De prins die schaapherder werd. Hij kon niet terugkeren want hij had een Egyptenaar gedood. En toen veertig jaar met het volk door de woestijn op weg naar het beloofde land. Met een weerbarstig volk. Van wie er niemand boven de twintig het land heeft bereikt vanwege hun zonden. En ook Mozes niet. Want hij heeft op de rots geslagen om water, terwijl God hem dat niet had geboden. Hij heeft Gods eer genomen. En de straf is dat hij het volk wel tot aan het beloofde land brengt, maar het volk niet zal mogen binnenleiden. Hij wordt door de HERE weggenomen vlak voordat ze het land gaan intrekken en veroveren. Mozes mag het nog wel zien, maar wordt dan door de HERE weggenomen. Wat een tragiek. Wat een teleurstelling. Wat een teleurstelling bij God. God heeft grote wonderen gedaan. Hij heeft hen met machtige hand uitgeleid. Het Pascha is de uittocht. Nu houdt Farao het niet meer als in elk gezin de eerstgeboren zoon is gedood door de engel des verderfs. In de huizen van de Israëlieten is de engel voorbij gegaan, want ze hadden bloed aan de deurposten gesmeerd. En God leidt hen door de woestijn.

Maar het is een weerbarstig volk. Tot aan het gouden kalf toe. Het is toch ver­schrikkelijk, dat op het moment dat God zelf aan Mozes verschijnt, het volk beneden aan de berg rondom een gouden kalf danst en daaraan offert. Wat moet het de HERE een verdriet doen. Dat kan toch helemaal niet. Het is vre­selijk. God is vertoornd. Hij wil er mee ophouden. Hij wil er niet mee verder. Maar dan roept Mozes tot de HERE. Het zou toch koren op de molen zijn van de volkeren als ze zouden zien dat God dit volk in de steek gelaten heeft. Nee, als u niet met ons optrekt zullen wij niet van hier gaan. Maar de straf voor al die mensen die vertrokken zijn is groot. Waarom moesten ze veertig jaar door de woestijn trekken? Omdat ze eerst allemaal in de woestijn moesten sterven. En dat duurde veertig jaar. Ze konden in een paar weken door de woestijn trekken om bij de poorten van het beloofde land te zijn. Nu zijn ze allemaal gestorven. En Mozes is weggenomen. En nu zijn het alleen Jozua en Kaleb die twee verspieders die niet twijfelden aan de macht van God, die wel het land in mogen trekken. Jozua was al niet van Mozes zijde te wijken. Hij verbleef bij Mozes in de tent. Hij wist van de HERE en de vertrouwelijke omgang. En Joz­ua werd door God aangewezen als de opvolger van Mozes. En Jozua moet zich nu gereed maken om de Jordaan over te trekken. Weer staan ze voor een onmogelijke taak. Hoe kun je deze rivier overtrekken? Een snelstromende, toen nog brede, rivier met vlak aan de overkant een vijandige bevolking die alles zal doen om deze indringers het leven zuur te maken. Want ze wisten dat dit volk van mening was dat het land waar zij woonden als het hun beloofde land was gegeven.

God duidt aan dat het land zijn volk gaat behoren. Want Hij heeft het beloofd aan hun vaderen. Dat is nu meer dan vierhonderd veertig jaar geleden. Dat is een eeuwigheid. Dat zijn vier eeuwen. Dat is een onvoorstelbaar lange tijd. God belooft het aan Abraham en aan Isaäk en aan Jakob, maar dan zijn ze ver­volgens 440 jaar in Egypte. Hoe is het mogelijk? Je zou toch de belofte verge­ten zijn. Je zou er toch niet meer in geloven. Hoe kun je het nog geloven als het er helemaal niet op lijkt dat het ooit nog eens gaat gebeuren. En het zou ook niet gebeurd zijn als God zelf niet Mozes geroepen heeft om zijn volk uit te leiden. Het was Gods plan, anders hadden ze nog in Egypte gezeten. Maar ze werden uit het diensthuis uitgeleid. En dat is een les. Het zijn Gods plannen en dat niet alleen. Het zijn Gods plannen die ons door het leven leiden. Wij zijn almaar met ons zelf bezig. Wij zullen dit en wij zullen dat. En God moet daar dan zijn zegen over geven. God voor ons karretje spannen. Maar zo werkt het niet. God leidt dit volk uit. Het is zijn plan met zijn volk. Dus niet anders­om. Hij gaat door met zijn heilsplan want zijn doel is dat door zijn uitverkoren volk en land het heil naar de wereld komt en alles weer hersteld zal worden zoals het was voordat de zondeval er was. God lijdt het meest aan de verdor­venheid der wereld. Want het is immers zijn schepping. Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt. En Hij zag dat het zeer goed was. En wat is er van gewor­den. Dwars door de schone schepping heen loopt de draad van de zonde, afval en de dood. Je ziet in alles nog hoe schoon de schepping is, maar tegelijkertijd zie je de dood overal om je heen. En je ziet de schepping zuchten in al haar delen. Wachtend op de openbaarmaking van de zonen Gods. God treedt hier machtig op. Hij voert hen naar het door Hem uitverkoren land. Het door Hem uitverkoren volk met de belofte aan Abraham, Isaak en Jakob. De eeuwigdu­rende belofte. En wat eeuwigdurend is, blijft eeuwigdurend. Daar kunnen we nog zoveel theologieën op los laten, maar het blijft Gods belofte en zijn profe­tie. Kom er dus niet aan. Je zult je vingers branden en met God aan de stok krijgen. Wat God zegt, dat gaat gebeuren. Als God zegt, dat de wet zal uitgaan van Jeruzalem, dan zal dat gebeuren. Het kan lang duren, het kan kort duren, maar het gebeurt. Dan wordt er gezegd in de profeten, dat er een uittocht komt waar de uittocht uit Egypte bij in het niet valt. Dat is nog niet gebeurd. Maar het gaat wel gebeuren. Dat staat vast. En we doen er goed aan om in die ver­wachting en in die zekerheid te gaan staan.

En nu staat Jozua hier, met een weerbarstig volk. Vlak voor de Jordaan. En hij wordt opgeroepen om sterk en moedig te zijn. En even later: wees zeer sterk en moedig. Dat had hij kennelijk wel nodig, want de weerbarstigheid van het volk zal ook nu wel niet over zijn. En er ligt een zware strijd voor de boeg. En hoe komen ze deze Jordaan over. Vragen te over. En met zo’n geschiedenis van dit volk kun je dan ook van alles verwachten. Maar God belooft met Jozua te zijn, zoals hij met Mozes was. En zo is het ook vandaag. Als we dicht bij Jezus blijven leven, dan zal Hij ons ook krachtig maken. Dan zal Hij onze zwakheid te hulp komen. Dan zal Hij ons wijsheid geven. Zo is God. En daar kunnen we het mee doen. Heerlijk toch. HERE houd mij dicht bij U. Houd mijn kinderen dicht bij U. HERE openbaar het hen. En de geboden moeten we dan overpeinsen bij dag en bij nacht. Die zijn goed. Daar moeten we constant mee bezig zijn. Ga niet links of rechts, blijf in zijn wegen wandelen. Dan zal hij je paden rechtmaken. Heerlijk evangelie. Kennelijk worden we steeds weer aangevallen om niet dicht bij Jezus te blijven. Daar worden we constant voor gewaarschuwd. Dus we moeten ons inspannen, beijveren, volharden om bij Gods geboden te blijven.

Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken. Heerlijk evangelie. Heerlijk om daar mee bezig te zijn. Niets kan dan stuk. Het is de maximale bevrijding. Sidder niet en wordt niet verschrikt. Kennelijk zijn er de tegenstanders die je willen verschrikken, die je willen doen sidderen. Het kan er dus hard aan toe gaan. En dat zullen we later ook zien. Maar wees daar niet bang voor. Wees sterk en moedig. Want de HERE uw God is met u overal waar gij gaat. En zo is het. Waar we ook gaan, God is met ons. Hij laat ons nooit in de steek. Hij redt ons. Hij wil ons begeleiden en beschermen. Het kan er soms hard aan toe gaan. Maar Hij weet wat onze weg moet zijn. En Hij beschermt ons. Heerlijk evangelie. Zelfs de dood kan ons niet scheiden van de liefde van God.

En dan geeft Jozua opdracht. Bereid u teerkost, want over drie dagen zult gij de Jordaan hier overtrekken. Nou, nou. Daar moet je wel moed voor hebben. Want hoe moet dat dan? Wist Jozua dat God een wonder zou doen? Of zegt hij het in geloof? Hoe hebben de mensen gereageerd? Ze hebben hun schou­ders opgehaald. Ze hebben getwijfeld. Ze hebben het niet geloofd. Want het is een ongelovig en weerbarstig volk. Maar Jozua is sterk en moedig. Hij geeft opdracht. Hij gaat ervoor. En de stammen die in het Overjordaanse blijven wonen, daarvan moeten de weerbare mannen wel meestrijden om het land te veroveren aan de westzijde van de Jordaan. En ze beloven dat om te doen. Dat is ook een eerlijke zaak. Zij wonen daar al. Het is ook duidelijk dat dit Over­jordaanse ook tot het grondgebied van Israël behoort. Er staat zelfs tot aan de rivier de Eufraat en tot aan de zee. Dat is een enorm gebied. Daar is het ge­deelte waar ze nu over bakkeleien niets bij. We moeten in brede bijbelse ka­ders denken. Het gemillimeter waar de krant vol van staat slaat nergens op. We moeten Gods woord Gods woord laten. Het christelijke westen komt niet verder dan milimeteren. Want ze zijn de profetie kwijtgeraakt en zijn verstrikt geraakt in allerlei politiek gedoe en gevecht en verval. Maar Gods plannen falen nooit. Wees daar maar van overtuigd. Dus jullie doen er goed aan dicht bij Jezus te blijven leven. Wees sterk en moedig. Ik zal je paden recht maken. Glorie voor uw Naam. Kijk eens wat een moed Jozua heeft.




Naar alle artikelen