2020-09-08: Wet 'afbreking' zwangerschap:  ja/nee

2020-09-08: Wet 'afbreking' zwangerschap: ja/nee

Waarom blijft abortus zo controversieel? Met de aanname van de Wet afbreking zwangerschap in de Tweede Kamer in 1980 zou de heftige strijd die daaraan vooraf ging wel wegebben. Nu 40 jaar later is niets minder waar. Van de noodsituatie in de wet is niets (meer) over, abortus vindt plaats als de moeder vindt dat haar kind ongewenst is. Het is abortus hulpverlening en behoort tot de Universele Rechten van de Mens (URVM). In het rapport van de onlangs gehouden wettelijke evaluatie  van de Wet afbreking zwangerschap wordt positief gesproken over het huidig functioneren. Over het voldoen aan  de wettelijke uitgangspunten wordt niet meer gesproken. Terwijl een evaluatie juist bedoeld is om een wet te toetsen aan de tekst en de intentie van de wet. De overheid blijkt hierbij ernstig in gebreke te zijn. Politiek let op uw saeck!

Dat een zwangerschap problemen kan opleveren, is allerwegen bekend. Dat hulp daarbij noodzakelijk is, spreekt vanzelf. Gelukkig wordt het scala aan hulpmogelijkheden zowel door de overheid als door particuliere organisaties en kerken in ons land steeds groter om problemen rond een problematische zwangerschap te helpen oplossen. Problemen en tegenstellingen beginnen daar waar 'het afbreken' van een zwangerschap tot 24 weken als algemeen aanvaard wordt beschouwd en gepraktiseerd. Algemeen aanvaard is dat een zwangerschap begint bij conceptie en bedoeld is om uit te dragen. De wettelijke aanvaarding dat een kind als gevolg van een miskraam nu ook kan worden ingeschreven als persoon bevestigt dat met het 'afbreken' van een zwangerschap een persoon wordt gedood.
Velen hebben of zelf ervaring met een abortus of kennen iemand die een abortus heeft gehad. Niemand spreekt positief over abortus, het wordt als een probleem gezien, maar gezien de problemen met de zwangerschap bestaat er een algemene acceptatie van abortus. Wat abortus precies inhoudt is over het algemeen niet bekend. Toen nationaal met het modelletje van een kindje van tien weken gezegd werd dat dan het hartje al klopt en alles erop en eraan zit, was dat bij velen onbekend. Op de jaarlijkse enquète op de Huishoudbeurs is wat er gebeurt bij een abortus van 20 weken klinkt algemene verbazing en afschuw bij de vrouwen die denken aan hun eigen zwangerschap.
De vaak felle en toenemende emotionele confrontatie tussen voorstanders van abortus en tegenstanders dwingt tot een heroriëntatie van de feitelijke situatie. Het gaat daarbij over de juridische beschermwaardigheid van het leven van iedere persoon.

Artikel 1 van de Grondwet luidt: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan." Dit houdt dus in dat niemand mag beslissen, ook de moeder niet, welk kind wel of welk kind niet geboren mag worden. In de abortusdiscussie krijgt deze juridische werkelijkheid nauwelijks aandacht en laat de abortuspraktijk voortduren.

In artikel 296 van het Wetboek van strafrecht lid 1 staat: "Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden." Lid 5 van dit artikel zegt: "Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien de behandeling is verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige behandeling volgens de Wet afbreking zwangerschap mag worden verricht." Juridisch kan het niet zo zijn dat de Wet afbreking zwangerschap haaks staat op het Wetboek van strafrecht en de Grondwet. Nu antidiscriminatie steeds meer bestreden wordt, geldt dit ook voor de ongeboren medemens.
In toenemende mate groeit de aandacht ook voor de bescherming van onze flora en fauna. Zoals dierenwelzijn en bescherming van uitstervende species. In de controverse over de al of niet beschermwaardigheid van het ongeboren menselijk leven, in wie er wel en wie er niet geboren mag worden, past ook het begrip 'mensenwelzijn' en hoort ook het woord discriminatie. Naast het woord hulpverlening dat de abortus directies consequent gebruiken, is ook sprake van verdriet en tragiek. Abortus is geen 'medische' ingreep maar een 'moord' van een persoon die om zijn leven schreeuwt. Het anti-discriminatie Artikel 1 van de Grondwet is bij abortus dan ook van toepassing. 
Vele abortusartsen of verpleegkundigen doen hun moeilijke werk niet omdat ze het 'mooi' werk vinden, maar omdat ze het  'hulpverlening' zijn gaan noemen. De meest vanzelfsprekende anticonceptie is een gezonde exclusieve seksuele relatie; daarnaast is de voorlichting over het voorkomen van een zwangerschap noodzakelijk. Wat nodig is om deze discriminatie tegen te gaan, is dat nationaal informatie verstrekt wordt om de feitelijkheid te laten zien van wat de barbaarse werkelijkheid is van het ombrengen van een ongeboren kind tot aan de 24 weken grens. Als dit doordringt, zal iedereen vóór het leven zijn en zal men willen dat deze Wet 'afbreking' zwangerschap afgeschaft wordt.

Gelukkig zien we ook een cancel culture beweging ontstaan als het om abortus gaat. Bij porno en seksueel misbruik zien we de 'me too' beweging bij seksueel grensoverschrijdend gedrag en in toenemende mate afschuw over betaalde commerciële seks. Bij steeds meer jongeren zien we een positievere bezinning op de morele ontwikkelingen als het gaat over bijvoorbeeld drank, drugs, gedrag en omgang, zoals pesten, geweld maar ook abortus. Er is een zucht naar herijking ter verbetering van de samenleving. Hierbij zal het besef dat abortus niet bij onze cultuur past, toenemen en de weg naar voorkoming van zwangerschap en hulpverlening steeds meer de aandacht krijgen.

Drs. L.P. Dorenbos, Breitner Kring, Heemstede

 




Naar alle artikelen