2021-10-18: PRO-LIFE BEWEGING MAAKT CRUCIALE FOUT MET VACCINS

2021-10-18: PRO-LIFE BEWEGING MAAKT CRUCIALE FOUT MET VACCINS

De feiten

De vier in Nederland gebruikte vaccins tegen COVID-19 zijn gemaakt met behulp van celmateriaal afkomstig van een abortus provocatus. Dit geldt trouwens voor een groot deel van alle COVID-19 vaccins die wereldwijd zijn gemaakt. Zie voor een overzicht van de COVID-19 vaccins en hun relatie tot abortus de gegevens van het Charlotte Lozier Institute.

HEK 293 en PER.C6

Een abortusgerelateerde cellijn ontstaat door het oogsten van levende cellen uit het lichaam van een geaborteerd kindje, die daarna geprepareerd en gekweekt worden. De vier vaccins tegen COVID-19 in Nederland maken voor productie of het testen gebruik van de HEK 293-cellijn of de PER.C6-cellijn. HEK staat voor Human Embryonic Kidney cell (niercellen van een menselijke embryo). De HEK 293-cellijn is in 1973 in een laboratorium in Leiden ontwikkeld uit de niercellen van een kindje dat rond 1972 is geaborteerd (FDA, 2001, pdf, pag. 77, 81). De cellijn PER.C6 is een product uit 1995 van hetzelfde laboratorium, met als basis het netvliesweefsel van een abortus uit 1985 (idem, pag. 77, 81, 85, 91 en 94).

Ethisch bezwaar

Het feit dat een abortus aan de basis ligt van de ontwikkeling van een vaccin zou reden genoeg moeten zijn om het vaccin af te wijzen. Waarom nemen mensen dan toch zo’n vaccin? Ook als zij principieel tegen abortus zijn?

Een aantal argumenten heb ik op een rijtje gezet en voorzien van een weerwoord:

  1. Was het wel een abortus?

  2. Het gaat om één abortus.

  3. Het gebruik van het foetale weefsel stond los van de beslissing tot de abortus.

  4. Voor het vaccin worden nu geen abortussen meer gepleegd.

  5. Het is zo lang geleden.

  6. De cellijn is nauwelijks meer normaal menselijk te noemen.

  7. Abortusgerelateerde cellijnen worden al jarenlang voor gangbare vaccins

    gebruikt.

Argument 1

“Was het wel een abortus?”

Dit vereist uitleg. Over de oorsprong van de HEK 293-cellen is onduidelijkheid ontstaan. Zowel voor- als tegenstanders van abortus hebben tot voor kort op grond van een document uit 2001 (FDA, 2001, pdf) aangenomen dat het om een abortus ging. Dit document is een verslag van een vergadering van een comité van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), waaraan onderzoeker Lex van der Eb uitlegde hoe hij de HEK 293-cellijn ontwikkeld had.

Dit voorjaar, in een interview met de Volkskrant, wees Van der Eb het idee dat er abortussen zouden zijn gepleegd voor zijn experimenten van de hand als “onzin”. De krant gaf zijn kijk op het verleden als volgt weer: “De menselijke embryo’s die aan de basis stonden van zijn experimenten waren geen geaborteerde, maar afgestoten vruchten uit het Leids Universitair Medisch Centrum. Waarna het ‘restmateriaal’, zoals dat heet, keurig met instemming van de ouders naar het lab van Van der Eb ging.” Het zou dus gaan om miskramen.

In 2001 bij de FDA had Van der Eb tegen collega wetenschappers iets anders gezegd. De foetus die hij gebruikt had voor HEK 293 “was, voor zover ik mij kan herinneren, volkomen normaal. Er was niets mis. De redenen voor de abortus waren mij onbekend. Ik wist het toen misschien, maar al deze informatie is verloren gegaan.” (“The fetus, as far as I can remember was completely normal. Nothing was wrong. The reasons for the abortion were unknown to me. I probably knew it at that time, but it got lost, all this information.”, FDA, 2001, pdf, pag. 81) Zo spreek je niet over een miskraam. Nee, dit is geen miskraam. Waarom ook moeilijk doen om van een miskraam gezonde, levende cellen proberen te oogsten? In 1973 was er weefsel van geaborteerde kinderen voorhanden: er was een abortuscentrum in Noord-Holland waar jaarlijks duizend abortussen werden verricht. Abortus was illegaal, maar werd gedoogd en een Wet foetaal weefsel was er niet.

Over de abortus provocatus die ten grondslag lag aan de cellijn PER.C6 bestaat geen onduidelijkheid. (FDA, 2001, pdf, pag. 91)

Antwoord op de vraag “Was het wel een abortus?” Ja, het was een abortus.

Argument 2

“Het gaat om één abortus”.

Tegenwerping 1. Eén abortus is een abortus te veel. Het pro-life standpunt begint bij één ongeboren medemens, niet bij twee of meer. In de hulpverlening gaat het bij een ongewenste zwangerschap altijd over die ene vrouw en dat ene kindje. Elk leven is uniek en onaantastbaar. Kaïn heeft maar één broer gedood.

Tegenwerping 2. Het is niet waar. Het ging niet om één abortus. Voor de ontwikkeling van de HEK 293-cellijn in 1973 waren er 292 experimenten voorafgegaan aan het geslaagde experiment nummer 293. Hoeveel abortussen hiermee gemoeid waren, is niet bekend, maar volgens vaccinonderzoekster Pamela Acker gaat het om een aanzienlijk aantal (“for 293 experiments you need far more than one abortion”). Pamela heeft trouwens haar eigen promotieonderzoek niet kunnen afronden, omdat zij geweigerd heeft om mee te werken aan onderzoek met gebruik van HEK 293.

Na 1973 ging men volgens onderzoeksleider Lex van der Eb door met het experimenteren met niercellen van foetussen (“we have done many different ... studies after that ... with human embryonic kidney cells in the years following that up to now”). Hij sprak hierover in 2001, dus dat is bijna dertig jaar lang onderzoek. Ook werd geëxperimenteerd met huidcellen en longcellen van foetussen (“human diploid skin fibroblasts” en “human embryonic lung cells”). In 1995 volgde een nieuw product, de cellijn PER.C6, met gebruik van het netvliesweefsel van een abortus uit 1985. (bron: Vergadering van FDA, 2001, pdf, pag. 77, 81, 85, 91 en 94)
De Amerikaanse arts Stanley Plotkin was al eerder, eind jaren zestig, met dergelijk onderzoek bezig geweest. Op zijn naam staat onder andere de WI-38 cellijn. In een getuigenverklaring voor een rechtbank werd hem gevraagd hoeveel foetussen (ongeboren kinderen) voor zijn onderzoek voor vaccins nodig waren geweest. Hij zei dat er twee foetussen nodig waren geweest voor het maken van vaccins. Pas toen de ondervrager aanhield en met bewijzen kwam, gaf hij schoorvoetend toe dat er voor één onderzoek 76 foetussen waren gebruikt. Plotkin is niet zomaar iemand; hij wordt
internationaal erkend als een autoriteit op het gebied van vaccins. (Voor het getuigenis van Plotkin, zie deze video tussen 7:43:05 en 7:50:50)

Argument 3

“Het gebruik van het foetale weefsel stond volkomen los van de beslissing tot de abortus. De abortus zou toch wel gebeurd zijn, ook als het geaborteerde kindje niet voor medisch onderzoek was gebruikt.”

Tegenwerping 1. Het zou te gek voor woorden zijn, als medisch onderzoek de reden voor de abortus was. Dat mag in geen enkel land en onder geen enkele wetgeving.

Tegenwerping 2. Het gaat om de houding ten opzichte van het ongeboren kind. Een kind dat een gezond, levend, onschuldig, volslagen hulpeloos mensje is, kan niet enkele minuten later tot een object van medische studie worden. Dat staat los van de vraag of de behandelende arts die de abortus uitvoerde, het onderzoeksdoel als bijoogmerk had. De arts die de abortus uitvoert, heeft zijn artseneed (eed van Hippocrates) geschonden, en het product van zijn misdaad kan niet door een collega aangenomen worden zonder enige mate van medeplichtigheid.

Argument 4

“Voor het vaccin worden nu geen abortussen meer gepleegd.”

Tegenwerping 1. Er is één abortus voor gebruikt. Dat is reden genoeg om het vaccin af te wijzen. Zie verder de tegenwerpingen bij argument 2.

Tegenwerping 2. Het gebruik van foetaal weefsel voor medische experimenten in verband met vaccins is na 1973 niet gestopt (zie A voice for truth, pdf). Zie ook tegenwerping 2 bij argument 2. Een recent bewijs daarvoor is een brief van een overkoepelende organisatie van wetenschappelijke onderzoekers in de VS (FASEB, pdf) aan de Amerikaanse minister van volksgezondheid. Daarin wordt hem gevraagd om de beperkingen op te heffen die onder president Trump waren opgelegd aan het gebruik van foetaal weefsel van abortussen (“elective abortions”) voor onderzoek. Er is volgens de brief namelijk voortdurend nieuw foetaal weefsel nodig voor nieuwe en lopende onderzoeksprojecten (“This includes restoring the ability of researchers ... to procure human fetal tissue for new and continuing projects”). Uit de brief valt op te maken dat onderzoeken ten behoeve van vaccins hier ook onder vallen.

Tegenwerping 3. Het toestaan van het gebruik van foetaal weefsel voor medisch- wetenschappelijk onderzoek impliceert een rechtvaardiging van abortus. Dit is op te maken uit het antwoord van minister De Jonge op Kamervragen van de twee kleine christelijke partijen over de bedoelde vaccins. De minister verdedigt het gebruik van abortussen voor HEK 293 en Per.C6, twee cellijnen die ingezet zijn in de ontwikkeling van vaccins tegen COVID 19. Hij legt daarbij het verband met het kindervaccin BMR, dat ook ontwikkeld is met behulp van weefsel van abortussen. Niet alleen voor vaccins, maar ook voor ander onderzoek zijn volgens de minister “foetale cellijnen” erg goed bruikbaar. De enige zorg die de minister heeft is dat dit onderzoek gedaan wordt “in lijn met de wet- en regelgeving”. Wat zegt de wetgeving? De Wet foetaal weefsel staat het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel na een abortus toe voor doeleinden binnen de gezondheidszorg, met als belangrijkste voorwaarde de toestemming van de moeder. Dit geeft artsen en wetenschappers in potentie toegang tot vers foetaal weefsel van jaarlijks duizenden abortussen. De koppeling tussen abortus provocatus en medisch onderzoek is in 1973 gemaakt met de ontwikkeling van HEK 293.

Argument 5

“Het is zo lang geleden”

Tegenwerping 1. Zo lang geleden is het niet voor een mensenleven. Het ongeboren meisje dat geaborteerd werd en daarna voor medisch onderzoek werd ontleed om HEK 293 te ontwikkelen, zou nu een vrouw van bijna 50 zijn. Als ze jonge ouders had, zouden die heel goed nog kunnen leven.

Tegenwerping 2. Zo lang is het niet geleden voor een abortus. Twee anekdotes: ik kan me nog goed herinneren dat een ouder echtpaar op kantoor van Schreeuw om Leven hun levensverhaal vertelde. Voor hun huwelijk was de vrouw zwanger geworden en onder druk van haar familie had zij een abortus ondergaan in de tijd dat het nog illegaal was. Tientallen jaren later kon zij met haar man deze ingrijpende gebeurtenis uit het verleden verwerken. Pas daarna konden zij er openlijk over praten.

In 2016 bezocht ik met mijn gezin Suriname op zoek naar openingen voor pro-life werk. Tijdens de heenreis raakten mijn vrouw en ik in het vliegtuig in gesprek met een Surinaamse vrouw. Ze zag een exemplaar van ons Leef magazine met op de cover de kop: ‘Vijftien en zwanger’. Ze zei tegen mijn vrouw: “Dat ben ik.” Zij was vijftien toen ze zwanger was en abortus overwoog. Haar moeder had haar bemoedigd om het kindje te houden. “En nu is mijn dochter veertig”. Lang geleden of niet, de keuze rondom abortus tekent levens.

Tegenwerping 3. De suggestie is: “Lang geleden, dus het doet er niet meer zo toe”. Hoe is dat te rijmen met het feit dat emeritus hoogleraar Van der Eb wereldwijd in de belangstelling staat omdat de door hem ontwikkelde HEK 293-cellijn uit 1973 nu ingezet wordt bij het fabriceren van meer dan twintig COVID-19 vaccins?

Tegenwerping 4. ‘Lang geleden’ kan niet gelden voor een substantie die gebruikt wordt voor de productie van gloednieuwe COVID 19-vaccins. Abortusgerelateerde cellijnen zijn zelfs online te bestellen.

Argument 6

“De cellijn is nauwelijks meer normaal menselijk te noemen na alle bewerkingen en alle mutaties die plaatsvinden tijdens het langdurige doorkweken.”

Tegenwerping 1. Dit is een medisch argument in een ethische discussie en hoeft niet meegewogen te worden. Wat blijft staan is dat het materiaal oorspronkelijk van een geaborteerd kindje kwam.

Tegenwerping 2. Het is een cellijn van menselijke cellen met daarin DNA. Het DNA definieert elke afzonderlijke cel als menselijk. Meer specifiek, het DNA bevat de erfelijke gegevens van een uniek individu. Dit zijn bovendien niet alleen gegevens van de persoon zelf, maar ook van de familie. Anders gezegd, het DNA bevat privacygevoelige informatie.

Argument 7

“Abortusgerelateerde cellijnen worden al jarenlang voor gangbare vaccins gebruikt, bijvoorbeeld het kindervaccin voor bof, mazelen en rodehond (BMR). Met die vaccins zijn miljoenen mensenlevens gered.”

Tegenwerping 1. Dit is wederom een oneigenlijk argument. Het gaat erom of het vaccin zelf op een ethisch verantwoorde wijze is gemaakt.

Tegenwerping 2. Het is niet aan de wetenschap om te bepalen wat ethisch verantwoord is. De ethiek moet bepalen binnen welke kaders de wetenschap mag functioneren.

Tegenwerping 3. Dat deze manier van produceren van vaccins succesvol was, is nog geen bewijs dat er geen andere manier mogelijk was om tot hetzelfde of zelfs een beter resultaat te komen.




Naar alle artikelen