2021-08-21: Gebed Van Paradijs tot Paradijs

2021-08-21: Gebed Van Paradijs tot Paradijs

Gebed Van Paradijs tot Paradijs

Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in een ure gekomen.

Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn

HEERE, U bent de Almachtige. U bent de schepper van hemel en aarde. En U zal dat het alles zeer goed was. Dank U wel dat U alles in uw hand hebt. U regeert het grote wereldgebeuren. De zonde is in de wereld gekomen. De satan wordt uit de hemel gegooid. U openbaart U in uw openbaring’de BIJBEL. Wij lezen de Bijbel niet, maar God openbaart zich door zijn Woord en Geest aan ons. De Bijbel, God leest ons. De belangrijkste tijdsbesteding is; ons laten voeden en bekeren en richten dor het woord van God.

Ik ga enkele gedeelten door, maar roep me zelf en iedereen op om te wonen in Gods woord.

Zie www.woonbijbel.nl www.; www.kiesdanhetleven.nl

En in Genesis 3: 14,15 (hsv) wordt de satan het oordeel aangezegd en het herstel van alle dingen:

14 Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder alle dieren van het veld!

Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven.

15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen. (Matt. 4:1, Kol. 2:15).

Johannes 3:16: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven heeft’. Daar staat de

Bijbel vol van. Lees het en je ontdekt het. HEERE dank U wel dat U in mijn leven gekomen bent. HEERE, U hebt alle mensen lief. U weet hoe de satan te keer gaat om de mensen te verleiden en te verzoeken. Hij is de mensenmoorder van den beginne. Dat begon al met Abel. Maar U haat het vergieten van onschuldig bloed. En U zult het wreken.

Genesis 4:11 ‘En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen’.

Genesis 9:4 ‘Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten’.

Genesis 9:5 ‘En voorwaar, Ik zal uw bloed, het bloed uwer zielen eisen; van de hand van alle gedierte zal Ik het eisen; ook van de hand des mensen, van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des mensen eisen.

Genesis 9:6 ‘Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt’.

Openbaring 6:9-11 sv

9 En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden.

10 En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?

11 En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij.

Genesis 9:11-17 sv

11 En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven.

12 En God zeide: Dit is het teken des verbonds, dat Ik geef tussen Mij en tussen ulieden, en tussen alle levende ziel, die met u is, tot eeuwige geslachten.

13 Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot een teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde.

14 En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde brenge, dat deze boog zal gezien worden in de wolken;

15 Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond, hetwelk is tussen Mij en tussen u, en tussen alle levende ziel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer wezen tot een vloed, om alle vlees te verderven.

16 Als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is.

17 Zo zeide dan God tot Noach: Dit is het teken des verbonds, dat Ik opgericht heb tussen Mij en tussen alle vlees, dat op de aarde is.

Jeremia 25 hsv

1Het woord dat tot Jeremia is gekomen over heel het volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, koning van Juda – dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel –

2dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot heel het volk van Juda en tot al de inwoners van Jeruzalem:

3Vanaf het dertiende jaar van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda tot op deze dag – dit is het drieëntwintigste jaar – is het woord van de HEERE tot mij gekomen. Ik sprak vroeg en laat

25:3 vroeg en laat - Zie noot bij Jeremia 7:13. tot u, maar u hebt niet geluisterd.

4Ook heeft de HEERE tot u al Zijn dienaren, de profeten, Jer. 7:13,25; 11:7vroeg en laat25:4 vroeg en laat - Zie noot bij Jeremia 7:25. gezonden, maar u hebt Jer. 11:7,8,10; 13:10,11; 16:12; 17:23; 18:12; 19:15; 22:21niet geluisterd en uw oor niet geneigd om te luisteren.

5Ze zeiden:2 Kon. 17:13; Jer. 18:11; 35:15; Jona 3:8Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg en van uw slechte daden. Dan zult u eeuw uit en eeuw in blijven wonen in het land dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft.

6Ga niet achter andere goden aan om die te dienen en u voor hen neer te buigen. Verwek Mij niet tot toorn door het werk van uw handen, dan zal Ik u geen kwaad doen.

7Maar u hebt naar Mij niet geluisterd, spreekt de HEERE, zodat u Mij tot toorn verwekte met het werk van uw handen, uzelf ten kwade.

8Daarom, zo zegt de HEERE van de legermachten: Omdat u niet naar Mijn woorden hebt geluisterd,

9zie, Ik ga een boodschap zenden en Ik zal alle geslachten uit het noorden halen, spreekt de HEERE, en ook een boodschap zenden naar Nebukadrezar, de koning van Babel, Mijn dienaar. Ik zal hen over dit land brengen, over zijn inwoners en over al deze volken rondom. Ik zal hen slaan met de ban en hen stellen tot een verschrikking, tot een Jer. 19:8 aanfluiting, en tot eeuwige puinhopen.

10Ik zal uit hun midden doen verdwijnen Jes. 24:7; Jer. 7:34; 16:9; Ezech. 26:13de stem van de vreugde, de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, het geluid van de molenstenen en het licht van de lamp.

11Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen.

12Maar het zal gebeuren wanneer de 2 Kron. 36:22; Ezra 1:1; Jer. 29:10; Dan. 9:2zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk – spreekt de HEERE – hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen.

13Ik zal over dat land al de woorden brengen die Ik daarover gesproken heb, al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.

14Want vele volken en grote koningen zullen zich Jer. 27:7door hen laten dienen. Zo zal Ik hun naar hun daden en naar het werk van hun handen vergelden.

Matteüs 24

36 Mark. 13:32; Hand. 1:7Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.

37 Gen. 6:2; Luk. 17:26; 1 Petr. 3:20; 2 Petr. 2:5 Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.

38 Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, Gen. 7:7tot op de dag waarop Noach de ark binnenging,

39 en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.

40 Luk. 17:34; 1 Thess. 4:17Dan zullen er twee op de akker zijn; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.

41Er zullen twee vrouwen malen met de molen; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.

42 Matt. 25:13; Mark. 13:33; Luk. 12:40; 21:36Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal.

Openbaring 18

4 En ik hoorde een andere stem uit den hemel, zeggende: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt.

5 Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot den hemel toe, en God is harer ongerechtigheden gedachtig geworden.

6 Vergeldt haar, gelijk als zij ulieden vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel, naar haar werken; in den drinkbeker, waarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel.

7 Zoveel als zij zichzelve verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.

8 Daarom zullen haar plagen op een dag komen, namelijk dood, en rouw, en honger, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.

9 En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij den rook haar brands zullen zien;

10 Van verre staande uit vreze van haar pijniging, zeggende: Wee, wee, de grote stad Babylon, de sterke stad, want uw oordeel is in een ure gekomen.

11 En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waren meer koopt;

 Openbaring 22

20Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!

21De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.


www.kiesdanhetleven.nl/Bijbelleesplan

dorenbos@lkiesdanhetleven.nl




Naar alle artikelen