2021-06-01: De donkere wereld van vaccins en foetaal weefsel: deel 1

2021-06-01: De donkere wereld van vaccins en foetaal weefsel: deel 1

De donkere wereld van vaccins en foetaal weefsel

Voorwoord: Bert Dorenbos.

Op 12 januari 2021 vertoonde LifeSite News een interview met voormalig vaccin-ontwikkelaar dr. Pamela Acker. Dr Acker deed in het interview schokkende onthullingen over de historische banden tussen de farmaceutische indutrie en de abortusindustrie. Aanleiding was ongetwijfeld de toen nog aanstaande massavaccinatie tegen COVID-19, maar haar boodschap had een breder kader. Dr. Acker maakte vergelijkingen tussen het uitnemen van organen uit geaborteerde foetussen en de praktijk van orgaandonatie en -transplantatie. Zij sprak over ‘vers weefsel’ dat binnen minuten moest versneden en stelde: "baby’s leefden nog wanneer de onderzoekers het weefsel eruit namen." Deze schokkende uitlatingen deden onderzoeksjournalist Monica Seeley op eigen onderzoek uitgaan. Niet alleen bij haar, maar bij velen was immers sprake van ongeloof: dit is te gruwelijk, is er niet sprake van sensatie? 

De bevindingen van haar grondige onderzoek – waarbij zij putte uit wetenschappelijk onverdachte bronnen – bleken nog veel aanstootgevender dan Monica Seeley voor mogelijk hield.  Het weefsel mocht niet afgestorven zijn, en moest direct – binnen ca 5 min – versneden of ingevroren zijn. Dood weefsel, met dode cellen, is niet bruikbaar. Er zijn gevallen bekend waarin het hart van het kind nog klopte. Abortusmethoden werden aangepast aan het verkrijgen van het foetaal weefsel. Vast staat dat er kinderen levend ter wereld kwamen, en er wordt – in tegenstelling tot bij proefdieren - geen pijnstilling toegediend.  De kwestie van ‘foetale pijn’ is overigens recent weer in de belangstelling komen te staan door een onderzoek van twee specialisten, één prolife onderzoeker en één prochoice hoogleraar. Tezamen onderzochten zij het onderwerp en kwamen tot de eensluidende conclusie dat het aannemelijk is dat de foetus vanaf de 12e week pijn kan lijden (“Reconsidering fetal pain”, Derbyshire en Bockmann, journal of Medical Ethics 2020, 46). Dit maakt de uitkomsten van het onderzoek van mw. Seeley zo mogelijk nog ernstiger.

Het artikel werd in mei 2021 in twee losse delen gepubliceerd op www.catholicworldreport.com.

*****************************************

 

De donkere wereld van vaccins en foetaal weefsel: deel 1

De vaccinindustrie heeft vanouds een verontrustende band met de abortus-industrie, een verbinding die tot op de dag van vandaag sterk blijkt.

(Afbeeldingen: Mufid Majnun/Unsplash; Wikipedia; Julia Koblitz/Unslash.com)

Deel 1: Indirect bewijs

"De baby's leven nog als de onderzoekers het weefsel eruit nemen." Deze schokkende uitlating van auteur en voormalig vaccinonderzoeker Pamela Acker maakte op mij een enorme indruk. Acker's interview  met LifesiteNews over foetaal weefsel en vaccinontwikkeling, leidde al snel tot een hele reeks reacties en artikelen.

Het podcastgesprek met John Henry Westen van Lifesite ging over de geschiedenis van de foetale cellijnen HEK-293 en PER.C6, die op verschilende wijzen betrokken zijn bij elk van de COVID-19-vaccins die momenteel beschikbaar zijn.

Naarmate de tijd verstreek, verdween het interview echter in de krochten van het internet , de discussies erover stierven uit. Met betrekking tot COVID-vaccins bleven ethici en biowetenschappers onderscheid maken tussen testen en productie (van vaccins) en de mate van medewerking aan deze praktijk, zonder verwijzing naar de verklaringen van Acker, die grotendeels werden genegeerd of verworpen, als was het een foute grap in een respectabel gezelschap.

Ik denk dat tijd is om nog eens goed te kijken naar de verklaringen die zo ongemakkelijk aandeden. Dit verdient enige reflectie. Waarom maakte het ons zo ongemakkelijk. Waarom werd er dan niet meer aandacht aan besteed?

Sommigen waren van mening dat de focus op de kleine slachtoffers in Acker's scenario de discussie kon omzeilen van het principe dat al het menselijk leven heilig is. Een kind is een kind, ongeacht in welk stadium zijn cellen of organen kunnen worden geoogst: in utero-  of ex utero, levensvatbaar of pre-levensvatbaar, vóór de dood of na de dood, dat maakt niet uit. Aan de andere kant aarzelden velen om de beweringen van Acker (al dan niet op basis van nader onderzoek) te herhalen. Het is duidelijk dat overdreven beweringen iemands geloofwaardigheid kunnen schaden. En wanneer we spreken over de moraliteit, is geloofwaardigheid essentieel.

Er kunnen zelfs diepere redenen zijn voor de afwijzing van uitspraken over baby’s waarin die levend wordt gesneden. Als deze immers wáár zijn, kan dit ons morele evenwicht verstoren. We hebben immers alles netjes uitgedokterd, en ons geweten gesust.

Sensatie of waarheid?

Cellijnen worden gecreëerd door cellen zodanig te cultiveren dat ze blijven groeien en zich vermenigvuldigen in laboratoriumschaaltjes, soms voor lange perioden. Ik geef toe dat ik me beter voel als ik lees dat hoewel sommige vaccins zijn ontwikkeld met foetale cellijnen, dat soort cellijnen behoorlijk oud zijn. Omdat ze zijn verkregen in de jaren 1970 en ‘80, hebben ze nog maar een beperkte relatie met de baby's die de cellen doneerden. Er wordt ons verteld dat de HEK-293 en de PER.C6 menselijke foetale cellijnen slechts twee abortussen vereisten. Bovendien, omdat deze twee cellijnen zijn ‘vereeuwigd’, wordt gezegd dat de ongelukkige gebeurtenis niet opnieuw hoeft te gebeuren.

Dat is allemaal heel netjes verpakt. Hoe kan men zich zo druk maken over twee abortussen van tientallen jaren geleden, gezien hun vermogen om miljoenen levens te redden?

Dus hoewel ik principieel tegen onethische vaccins gekant was, voelde ik vroeger nooit een echte emotie bij de kwestie. Zeker niet de schok die ik voelde toen ik voor het eerst de kop zag: "De ongeboren baby's die werden gebruikt voor de ontwikkeling van vaccins leefden nog bij het uitnemen van het weefsel." Mijn eerste gedachte was dat zo'n sensationele kop maar beter echt goede bronnen moest hebben. Op zoek naar die bronnen las ik het transcript  van Acker's podcast van 11 januari 2021 met J.H. Westen, evenals de vervolgartikelen waarin ze kritiek en vragen behandelde. Ik heb toen met haar gesproken om het in meer detail te bespreken.

Ik wilde die ene schokkende claim onderzoeken. Ik wilde de vraag stellen: is dit iets dat we ver van ons moeten werpen? Of heeft dit een morele lading? Is het slechts sensatie? En, door dit te onderzoeken, belasten we ons niet onnodig dor oiets op te rakelen wat al lang naar tevredenheid is geregeld?

De zachtaardige Acker, bioloog en voormalig vaccinonderzoeker, is de meest onwaarschijnlijke kandidaat voor sensationele uitspraken. En Acker is geen anti-vaxxer, integendeel. Haar wetenschappelijke carrière werd ingegeven door de wens om ethisch geproduceerde vaccins te maken. Daartoe volgde ze een opleiding in de biologie, was ze betrokken bij biologisch onderzoek aan de Washington University in St. Louis, werkte ze kort in de ontwikkeling van geneesmiddelen bij Pfizer en behaalde ze een master in biologie aan de Catholic University of Amerika.

Het was tijdens haar promotie aan de Catholic University dat Acker oog in oog kwam te staan met de realiteit van foetaal onderzoek. Tot haar ontsteltenis hoorde ze dat het onderzoeksproject waaraan ze werkte in het kader van haar doctoraat, HEK 293 gebruikte.

De HEK-293 foetale cellijn is afgeleid van de niercellen van een in Nederland in 1972 geaborteerde baby. De cellijn wordt "vereeuwigd" genoemd omdat de cellen schijnbaar onbeperkt kunnen delen. Het is gemaakt door de bioloog Frank Graham, en uit cellen gekweekt door zijn onderzoeksmedewerker, Alex Van der Eb. Tegenwoordig is HEK 293 vrijwel alomtegenwoordig, het wordt gebruikt bij de ontwikkeling of het testen van tal van geneesmiddelen en nog meer alledaagse producten zoals levensmiddelenadditieven.

De meeste mensen herkennen de naam echter waarschijnlijk vanwege de ethische controverse rond COVID-19-vaccins geproduceerd door Pfizer, AstraZeneca en Moderna.

Van der Eb besprak het maken van HEK-293 in een verklaring in 2001:

De nier van de foetus, met een onbekende familiegeschiedenis, werd waarschijnlijk in 1972 verkregen. De precieze datum is niet meer bekend. De foetus was, voor zover ik me kan herinneren, volkomen normaal. Er was niets aan de hand. De redenen voor de abortus waren mij onbekend. Ik wist het toen waarschijnlijk, maar het ging verloren, al deze informatie. i

Na het lezen van Alvin Wong's artikel "The Ethics of HEK 293"uit 2006 besloot  Acker  dat haar geweten haar niet toestond deel te nemen aan onderzoek dat de HEK 293 foetale cellijn gebruikte. Haar directeur was niet bereid om haar tegemoet te komen en zo ontspoorde uiteindelijk haar doctoraatsstudie. Het incident leidde tot enige zelfreflectie aan de Catholic University, die een tijdelijk moratorium uitvaardigde op studies met foetale cellijnen. Acker werd "persona non grata" omdat haar collega's in het doctoraatsprogramma gedwongen waren hun onderzoek tijdelijk te stoppen.

Tegenwoordig is Acker leraar en auteur van Vaccination: a Catholic Perspective  (Kolbe Center for the Study of Creation, 2020). Het boekje wordt aangekondigd als een bron die "alle mogelijke controversiële onderwerpen over vaccins raakt, iets dat de gemiddelde katholieke moeder aan haar arts zou kunnen overhandigen en zou kunnen zeggen 'wat vind je hiervan?'

Acker's achtergrond geeft haar een waardevol, zelfs uniek, perspectief op de ethiek van vaccinontwikkeling. Ze kent het onderwerp van binnenuit en voegt het perspectief van een wetenschapper toe aan dat van een vrome katholiek.

In de podcast van een uur op 11 januari bespraken Westen en Acker een verscheidenheid aan vaccin gerelateerde onderwerpen. Maar Acker's verklaring ongeveer halverwege het interview overschaduwde de rest van de discussie. Dit, zei ze, was wat er gebeurde om de cellen te verkrijgen voor cellijnen zoals HEK 293:

Zo zullen deze baby's daadwerkelijk bevallen door middel van een keizersnede. De baby's leven nog als de onderzoekers het weefsel gaan extraheren; tot het punt waarop hun hart nog steeds klopt, en ze over het algemeen geen verdoving krijgen, omdat dat de cellen zou verstoren die de onderzoekers proberen te extraheren. Dus ze verwijderen dit weefsel, terwijl de baby leeft en met extreme hoeveelheden pijn zit ... dit maakt het nog sadistischer.

Gezien Acker's geloofsbrieven, wilde ik dit niet afdoen als puur giswerk. Ik wilde haar bronnen zelf onderzoeken. Niets wat ik tot nu toe had gelezen over de morele implicaties van foetale cellijnen en het COVID-vaccin had ooit iets dergelijks genoemd met betrekking tot de bron van die cellijnen. Iedereen leek het erover eens dat er heel weinig bekend was, afgezien van enkele naakte feiten.

Elke abortus is een gruwelijke misdaad - ongeacht het stadium van foetale ontwikkeling, ongeacht de omstandigheden. Er was echter iets bijzonder gruwelijks aan wat hier werd beschreven, en Ackers woord "sadistisch" drukte dit het beste uit.

Vaccins, abortus en eugenetica

Acker verzekerde me dat haar uitspraken niet veronderstellingen waren, maar gebaseerd waren op gedegen kennis van de wetenschap, de vaccinindustrie en de geschiedenis van die industrie. In de loop van een telefoongesprek hebben we haar bronnen onderzocht. Vele waren primaire bronnen uit de medische en wetenschappelijke literatuur. Voor een groot deel van haar historisch onderzoek gebruikte Acker  COG for Life, die sinds 1999 informatie verzamelt over vaccins die foetale cellijnen gebruiken.

We toerden langs de donkere kant van het vaccinonderzoek, beginnend in de jaren 1930 en we concentreerden ons op het meesterwerk van vaccinontwikkeling: het poliovaccin van Salk en Sabin.

In de medische literatuur vanaf het begin tot het midden van de 20e eeuw is men verrassend openhartig en open over de methoden. Acker begon met een citaat uit een paper van vaccinpionier Albert Sabin (1906-1993). Hij en andere wetenschappers die onderzoek doen naar virale vaccins, stonden voor een uitdaging: in tegenstelling tot bacteriën kunnen virussen zich niet alleen voortplanten en hebben levende cellen nodig om te infecteren. Het gebruik van dierlijke proefpersonen zoals apen bracht het risico op besmetting met zich mee; daarom wendden onderzoekers zich tot menselijk foetaal weefsel. Sabin beschreef het vroege kritische stadium van zijn onderzoek naar het poliovaccin:

In een nieuwe werkwijze werden 3- tot 4 maanden oude menselijke embryo's gebruikt, aseptisch verkregen door een keizersnede. Dr. Lance Monroe, van het Bellevue Ziekenhuis, heeft de twee menselijke embryo’s geleverd die in dit onderzoek werden gebruikt. De hersenen, de navelstreng, de longen, nieren, lever en milt werden geplaatst in de koelkast, fragmenten van het weefsel werden uitgenomen met tussenpozen van 3 dagen. iii

Ik sprak mijn verbazing uit over dit citaat uit 1936, lang voordat abortus legaal was in de Verenigde Staten. Acker merkte op dat het Bellevue Hospital, een ziekenhuis in New York is voor "krankzinnige en zwakzinnige vrouwen". Dit, en de verwijzing naar keizersnede - ook wel "abdominale hysterotomie" genoemd in de medische literatuur - maakte het "duidelijk dat dit een link had met de eugenetische beweging." In 1931 hadden 38 Amerikaanse staten de Model Eugenical Sterilization Law aangenomen, die sterilisatie goedkeurde van vrouwen die ongeschikt werden geacht om te ‘fokken’. Hoewel abortus in die tijd illegaal was in de Verenigde Staten, was er een wettelijke regeling voor degenen die in de eugenetische beweging als "zwakzinnig" beschouwd werden; , abortussen werden vaak uitgevoerd in combinatie met sterilisatie van zulke vrouwen.

Acker zei toen zachtjes: "Hopelijk ga ik niet weer huilen als ik dit lees." Uit een rapport in het Canadian Journal of Medical Science, het volgende citaat uit 1952:

Menselijke foetussen van twee en een half tot vijf maanden zwangerschap werden verkregen van de gynaecologische afdeling van het Toronto General Hospital. Ze werden in een steriele container geplaatst en onmiddellijk vervoerd naar het viruslaboratorium van het naastgelegen ziekenhuis voor zieke kinderen. Er werden geen gekweekte exemplaren gebruikt en in veel van de foetussen klopte het hart nog steeds op het moment van ontvangst in het viruslaboratorium. iv

Nogmaals een eugenetische link: de kraamafdeling van het Toronto General Hospital werd ooit geleid door de gerenommeerde eugeneticus Dr. Helen MacMurchy (1862-1953), die het Canadese eugenetische beleid formuleerde dat tientallen jaren van kracht zou zijn. Het was een plek waar degenen die ongeschikt werden geacht om moeder te zijn, werden gesteriliseerd en hun baby's werden geaborteerd, dit om een nieuwe generatie zwakzinnigen te voorkomen.

Acker citeerde uit een artikel uit 1952 over polio myelitis virussen:

[Weefsel] werd verkregen onder steriele voorzorgsmaatregelen op het moment van abdominale hysterotomie op basis van therapeutische indicatie. Foetussen van tussen de 12 en 18 weken zwangerschap zijn gebruikt. Zelden werden weefsels verkregen van doodgeboren foetussen, of van premature baby's bij autopsie... In de experimenten met langdurige voortplanting van het virus werden drie soorten foetale materialen gebruikt: elementen van huid, bindweefsel en spieren; darmweefsel; hersenweefsel. Foetale weefsels werden op de volgende manier bereid. Waar mogelijk werd de foetus onder steriele voorzorgsmaatregelen uit de vruchtzak verwijderd, overgebracht naar een steriele handdoek en op 5 C gehouden totdat het werd ontleed. v

Het gebruik van een paar medische termen kan duidelijke feiten verdoezelen. "Zegt hij", vroeg ik verschrikt, "dat deze baby's — 3 tot 4 1/2 maand zwangerschap — levend geboren werden, en nog leefden toen ze naar het lab werden gestuurd...?" Acker maakte mijn zin af: "Ze werden in een steriele container geplaatst en naar een lab verscheept. En toen werden ze ontleed."

Ze verduidelijkte: "Het verwijderen van hun organen was waarschijnlijk de directe doodsoorzaak, hoewel ze waarschijnlijk toch zouden zijn gestorven gezien hun zwangerschapsduur." Op mijn vraag: "Hoe kun je dat abortus noemen? Dat is kindermoord. Of erger nog, vivisectie," antwoordde ze". Dát is het woord dat niet het idee oproept van de gruwelijkheid van wat er gebeurde."

Acker legde uit: "Net zoals je een dood orgaan niet in een levend lichaam kunt transplanteren, kun je geen cellijn maken van dood weefsel. De baby was niet dood toen ze hem in de koelkast legden. Het proces van het verkrijgen van menselijk foetaal weefsel "moet op een methodische manier worden gedaan om het soort weefsel te verkrijgen - levend weefsel - dat succesvol is voor dit soort onderzoek." Dit waren geen enkele gevallen, maar was "regulier medisch onderzoek dat gaande was in de jaren 1950 en ‘60."

Spontane abortussen - miskramen - zijn over het algemeen geen goede bron voor foetaal weefsel, zei Acker, omdat de baby vaak op een onbepaald tijdstip vóór de bevalling sterft. Daarom is het zeer onwaarschijnlijk dat een miskraam vers weefsel zou kunnen leveren dat nodig is voor een succesvolle celkweek, en "zelfs als de andere omstandigheden goed waren, is het volledig uitgesloten om op dat moment toestemming van de moeder te krijgen." Het is ook mogelijk dat genetische afwijking, ziekte of bacteriële besmetting foetaal weefsel van een spontane abortus ongeschikt zal maken.

Voor hun baanbrekende weefselkweek-methode in vaccinonderzoek ontvingen deze wetenschappers in 1954 de Nobelprijs. In zijn aanvaardingstoespraak gaf Thomas Weller toe dat hij "in onrustige wateren viste", waarbij hij foetale "darm, lever, nier, bijnier, hersenen, hart, milt en long" gebruikte voor het poliovirus.

Het was niet nodig voor Acker om meer detals te vermelden. Ik ging op zoek naar meer, en vond er velen, zonder al te veel moeite.

De eerste was uit 1969, uit een rapport over de ontwikkeling van het rubellavaccin door dr. Stanley Plotkin en zijn collega's:

Explantatieculturen werden gemaakt van de ontlede organen van een bepaalde foetus geaborteerd vanwege rubella (rode hond), de 27e  in onze reeks geaborteerde foetussen. De foetus werd 17 dagen na de ziekte van de moeder [rubella] chirurgisch geaborteerd en onmiddellijk ontleed.  vi

Hetzelfde artikel merkte op dat het verkregen rubellavaccin "werd getest op wezen in Philadelphia." De eugenetische link gaat door in het 20e-eeuwse vaccinonderzoek. Plotkin, bekend als de "peetvader van vaccins" ivm zijn werk aan het rubellavaccin, beschrijft zijn visie in een brief uit 1973 aan het New England Journal of Medicine:

De vraag is of we experimenten moeten uitvoeren op volledig functionerende volwassenen, en op kinderen die in potentie  bijdragen kunnen leveren aan de samenleving, of dat we beter onderzoek kunnen uitvoeren op kinderen en volwassenen die menselijk van uiterlijk zijn, maar sociaal gezien geen potentie hebben. vii

In overeenstemming met deze visie onthulde de octrooiaanvraag voor Plotkin's intranasale rubellavaccin dat hij het eerst testte op geestelijk gehandicapte, "orthopedisch gehandicapte", verweesde, en dove kinderen voordat hij het op schoolkinderen testte. viii

Ten minste 99 abortussen werden gemeld in het onderzoek en de productie van Plotkin's rubellavaccin: 32 voor foetale cellijnen – die  mislukten – en 67 pogingen het rubellavirus te isoleren. ix  De resulterende virusstam werd vernoemd naar de serie pogingen "RA 27/3" betekent: "rubella abortus, zevenentwintigste foetus, derde weefselextract." x

Terwijl Plotkin nauwkeurig de abortussen beschreef die bij zijn werk betrokken waren, waren de recentere bronnen minder openhartig, "Vol met verduistering" zegt Acker. Na Roe v. Wade in 1973 was er geen reden meer om aan te nemen dat een wetenschappelijke instelling plotseling een respect voor het menselijk leven zou ontwikkelen, zoals dat nog aanwezig was vóór die uitspraak. Echter, na decennia van federaal gefinancierd foetaal onderzoek, kwamen in de vroege jaren 1970 enkele gruwelijke rapporten onder de aandacht van het grote publiek: onderzoek naar levend geaborteerde baby's in Zweden, met nog bewegende baby's, verpakt op ijs in Pittsburgh, om naar het lab te worden verscheept; ontleden van een levende baby voor experimenten op Yale. De verontwaardiging leidde tot een moratorium op foetaal weefselonderzoek voor transplantatie dat meer dan vijftien jaar van kracht bleef; andere terreinen van foetaal weefselonderzoek werden echter niet geraakt. xi

In de krochten

Ik had nog veel vragen, dus terug de krochten van het internet in. Het bleek een doolhof, een schimmige wereld die me uitgeput achterliet na elke reis. Het ene rapport leidde tot het andere. Het werd duidelijk hoe weinig ik wist over de abortusindustrie. kwam veel dingen tegen die ik gewoon niet wilde weten, niet wilde zien en wilde vergeten. Sommige zaken gingen over abortusmethoden en protocollen, en transacties in weefsel, een aantal ging ook over de wereld van orgaandonatie en transplantatie. Vaak vond ik dat iemand voor mij was geweest. Het werd me duidelijk dat anderen al vele jaren gewetensvol onderzoek hadden gedaan naar foetaal weefselonderzoek en de vaccinindustrie. Wat me verbaasde was waarom hun onderzoek – iha goed gedocumenteerd, zonder gissingen of vermoedens – zo weinig bekend was, zelfs niet bij mensen die vurig prolife zijn of anderszins goed geïnformeerd zijn.

De openhartigheid van bepaalde rapporten over foetaal weefselonderzoek, zelfs toen de wetenschappelijke instellingen in het begin van de jaren zeventig terughoudender werden, bleek soms surrealistisch. Niet alle gevallen die ik vond, hadden betrekking op vaccinonderzoek, maar ze hadden een rode draad: onderzoek naar levende baby's, die abortussen dus overleefden.

In dit parallelle universum berichtten kranten nota bene daadwerkelijk over foetale vivisectie, zoals bijvoorbeeld in dit artikel, uit de San Francisco Chronicle, 19 april 1973, getiteld "Operations on Live Fetuses:"

Dr. Jerald Gaull injecteerde in Finland een radioactieve chemische stof in de navelstrengen van foetussen, die vers uit de baarmoeder van hun moeder werden verwijderd na abortus. De foetus was veel te jong om te overleven, maar in de korte periode dat zijn hart nog steeds klopte, opereerde Gaull (hoofd pediatrisch onderzoek aan het New York State Institute for Basic Research in Mental Retardation) – hem om zijn hersenen, longen, lever en nieren te verwijderen voor onderzoek.

Het artikel ging verder:

Dr. Robert Schwartz, hoofd kindergeneeskunde van het Cleveland Metropolitan General Hospital, ging voor een soortgelijk doel naar Finland. Nadat de vrouw van een foetus is bevallen, neemt de arts terwijl deze nog verbonden is met zijn moeder door de navelstreng, een bloedmonster. Dan, nadat de navelstreng is doorgesneden, ‘opereert’ hij zo snel mogelijk, waarbij de foetus wordt geaborteerd en weefsels en organen verwijderd.'

Gaull's redenering: "In plaats van immoreel te zijn door te doen wat we proberen te doen, is het een vreselijke, perverse ethiek om deze foetussen in de verbrandingsoven te gooien zoals gewoonlijk wordt gedaan, in plaats van om nuttig weefsel te verkrijgen."

Het artikel, waarin de mogelijke subsidiebeperkingen voor dergelijk onderzoek werd besproken, was rodnuit openhartig in wat beschreven werd en in het gebrek aan morele goedkeuring. 

De subsidiebeperkingen leverden een andere zoektocht op, vol wetenschappelijke artikelen en getuigenverklaringen voor het Amerikaanse Congres over foetaal weefselonderzoek, en de daaruit voortvloeiende ethische kwesties. Ik vond discussies over voorgestelde overheidsbeperkingen onthullend.

Een artikel uit 1988 in het Hastings Journal toonde aan dat weefselverwijdering van levende, niet-leefbare foetussen al volop plaats vond:

Misschien wel de meest relevante overheidsbeperking is het verbod op onderzoek, van welke aard, dan ook op een levende maar niet-levensvatbare foetus ex utero waardoor het leven van de foetus voortijdig zou worden beëindigd. Een verbod zal gevolgen hebben zijn omdat de procedure die nodig is voor het verwijderen van foetaal hersenweefsel de dood van een levende foetus zou versnellen. Dus als een vergelijkbare beperking zou worden opgelegd aan foetale weefseltransplantaties, zou dit de verwijdering van foetaal hersenweefsel en mogelijk andere soorten weefsel van levende, maar niet-leefbare, foetussen onmogelijk maken. xii

Een rapport uit 1976 van geneesmiddelenfabrikant Batelle-Columbus Laboratories erkende de rol van levend foetaal onderzoek op vier medische gebieden: vruchtwaterpunctie, ademhalingsnood, en, van belang voor dit artikel, rubella en Rh-vaccins: "Het blijkt uit een studie van de ontwikkeling van de vier geselecteerde gevallen... dat onderzoek naar levende menselijke foetussen een belangrijke rol speelde in elk van deze gebieden." xiii  In het verslag wordt aanbevolen dergelijke onderzoeken niet te beperken.

Op dit punt nog in de krochten van het internet zwervende, worstelde ik nog steeds met een gevoel van onwerkelijkheid. Misschien was er een misverstand. Onderzoek naar levende menselijke foetussen? Is er dan geen wetgeving hierover? Er wordt veel gesproken over beperkingen met betrekking tot gebruik en onderzoek met foetaal weefsel in de Verenigde Staten. Maar terwijl overheidsbeperkingen toe- en afnemen, afhankelijk van wie in het Witte Huis zit, is het duidelijk dat het onderzoek naar levende, niet-levensbare foetussen gewoon doorgaat - met als doel zo vers mogelijke weefselmonsters te verkrijgen die bruikbaar zijn voor transplantatie of onderzoek. Dit kan ook plaatsvinden zonder overheidssubsiei, door naar het buitenland uit te wijken, of gewoon door die kritieke paar minuten tussen bevalling en het overbrengen van het weefsel naar het lab, te verdoezelen. Zoals journalist Suzanne Rini zegt in haar boek BeyondAbortion: A Chronicle of Fetal Experimentation uit 1993,

Onderzoekers (...)die weefsels ontvangen na hysterotomie [keizersnede] van abortussen in het tweede trimester met methoden die afgestemd zijn op het verkrijgen van levende baby's, stellen al te snel dat het weefsel afkomstig is van 'dode foetussen'. Er is een tussenfase waarover weinig wordt gesproken. xiv

De Britse socioloog Julie Kent, die foetaal weefselonderzoek in het Verenigd Koninkrijk bespreekt, zegt dat "'gesanctioneerde niet-naleving' de huidige praktijken kenmerkt."xv  Dit lijkt ook in de VS het geval te zijn.

Dit soort gedoogde niet-naleving is op hoog niveau onderzocht, zoals blijkt uit een onderzoek van de Amerikaanse Food and Drug Administration. De FDA gaf tussen 2012 en 2018 duizenden dollars uit om lever- en thymusweefsel te verkrijgen voor onderzoek naar vermenselijke muizen – muizen met getransplanteerd foetaal weefsel. Honderden pagina's e-mails,  verkregen door de instelling Judicial Watch, toonden het gebruik van menselijk foetaal weefsel aan, met een zwangerschapsduur 16 tot 24 weken, om "vers, verzonden op nat ijs" te worden geleverd. xvi

Aan de andere kant zijn er richtlijnen, klinische pratijknormen, "Good Manufacturing Practices" (GMP) en dergelijke. Ik realiseerde me al snel dat deze bedoeld zijn om de consument te beschermen en de zuiverheid van het eindproduct te garanderen; ze hebben niets te maken met het beschermen van de foetus. De woorden "onmiddellijk ontleed" en "vers" verschijnen hier volop, meestal onder het kopje "materialen en methoden". Nogmaals: de bedoeling is hier steeds om de consument gerust te stellen dat het product niet verontreinigd is.

Noot vertaler: de situatie in Nederland

In Nederland is de Wet Foetaal Weefsel geregeld dat het gebruik van weefsel van geaborteerde kinderen tot 24 weken is toegestaan. In de daarbij horende Leidraad (2018) van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen staat over de “Handelwijze bij een nog levende foetus” het volgende: “Afhankelijk van de zwangerschapsduur en de gebruikte methode kan het voorkomen dat de vrucht tekenen van leven vertoont bij de geboorte. Als bijvoorbeeld een zwangerschap van 18-24 weken wordt beëindigd door rijping van de baarmoederhals en stimulatie van weeën (..), kan het voorkomen dat een kind levend ter wereld komt. In een Leids onderzoek van 147 inleidingen van de bevalling vanwege aandoeningen bij de ongeborene of immatuur gebroken vliezen (mediane zwangerschapsduur: 20 weken) werden bij nullipara (eerste zwangerschap) en multipara (tweede ev zwangerschap) respectievelijk 8% en 21% van de kinderen met tekenen van leven geboren. De Wet foetaal weefsel verbiedt expliciet om met het oog op het voorgenomen gebruik van foetaal weefsel, bestanddelen uit een ter wereld gekomen nog in leven zijnde menselijke vrucht te verwijderen”

 

In Nederland mag men dus kinderen (let wel: de aborteurs spreken in hun Leidraad over ‘kinderen’) tot in de zesde maand van de zwangerschap gebruiken om organen af te nemen, maar niet als ze nog leven - en dat is dus bij tweede zwangerschappen ca. 20 van de 100x.

De taal van de hoedenmaker

'Ik weet niet wat je bedoelt,' zei Alice.'Natuurlijk niet!' zei Hoedenmaker, terwijl hij zijn hoofd minachtend schudde. xvii

De woordenschat van wetenschappelijk en medisch onderzoek is op zijn zachtst gezegd eufemistisch. Net als Alice die de Gekke Hoedenmaker in Alice in Wonderland probeert te begrijpen, is het mogelijk voor de leek om onderzoeksverslagen te lezen en niet te beseffen wat er wordt geschreven. "Isoleren" betekent bijvoorbeeld "afgesneden", net als "ontkoppelen". Zelfs bij dieren is men in de literatuur terughoudend om bepaalde termen te gebruiken. Daarom wordt een zwangere rat, nadat haar baarmoeder onder narcose is verwijderd, "opgeofferd", niet ‘gedood’.

Daarom verbaasde ik me over een rapport van het tijdschrift Liver Transplantation  (2011) dat een techniek beschrijft voor het verkrijgen van foetale levercellen. De studie in kwestie "werd uitgevoerd met gedoneerd weefsel van 15 medisch geïndiceerde abortussen." Het artikel beschreef "de cannulatie van de foetale poortader met microchirurgietechnieken en de daaropvolgende in situ vasculaire vochttoediening van menselijke FLs [foetale levers] bij 18 weken zwangerschap en later." xviii  Het gaat verder met het beschrijven van de procedure voor weefseldissociatie en daaropvolgende leververwijdering, tot in detail.

Mijn vermoedens werden bevestigd door een leerboek, waarin de procedure nauwkeuriger werd beschreven, als een "vijfstaps in vivo vochttoedieningsmethode door navelstreng cannulatie om levercellen te isoleren van foetussen aan het einde van het tweede trimester"xix

Vertaald in normale mensentaal: na de abortus wordt leverweefsel verwijderd van 15 levende baby's. De uitdrukking in vivo ("in de levenden") hielp bevestigen dat de micro-chirurgische technieken en verwijdering van leverweefsel werden uitgevoerd op levende baby's.

Hoewel de procedure wordt uitgevoerd om cellen te verkrijgen voor leverceltransplantatie, niet voor celkweek, is de reden precies dezelfde: om zo vers mogelijk weefsel te verkrijgen.

Op dit punt in mijn onderzoek nam ongeloof het over. Ik kon gewoon niet geloven wat ik online las. Een paar klikken, en ik bezat mijn eigen exemplaar van Hepatocyte Transplantation, waar ik op pagina 283 de beschreven in vivo procedure vond, met full-color foto's op pagina 288.

Voor leken kunnen dierproeven hier enige opheldering geven. Dus toen ik een rapport zag over hart- en stamcelonderzoek waarin menselijke foetale harten werden aangesloten op een Lagendorff-apparaat (dat het hart kunstmatig buiten het lichaam kan laten kloppen) realiseerde ik me in eerste instantie niet dat deze harten van levende proefpersonen moesten zijn gekomen. Na het lezen over harten die hiervoor uit levende - verdoofde - ratten werden gehaald, werd het me duidelijk dat die ratten niet vóór, maar ná deze ingreep moesten worden geëuthanaseerd. xx

Bij weefselextractie van proefdieren wordt de dood van een dier goed vastgelegd, ook of de dood vóór of ná orgaanextractie heeft plaatsgevonden. Soms wordt beschreven hoe het dier werd gedood. in rapporten over baby’s wordt echter zelden of nooit melding gemaakt van tekenen van leven van de geaborteerde foetus; noch van de uiteindelijke directe doodsoorzaak. Je vraagt je af waarom een foetale doodsoorzaak niet wordt vastgelegd, vooral wanneer de abortus juist zo is uitgevoerd om een intacte foetus te leveren.

Onderzoeken over baby’s in het tweede trimester wijzen uit dat de gemiddelde overlevingsduur buiten de baarmoeder, zonder ingreep, ongeveer een uur is. Een Britse studie van 1.306 levende geboorten tussen 20 en 23 weken zwangerschap stelde vast dat terwijl "velen binnen minuten na de bevalling stierven," bij 20 weken de gemiddelde overlevingstijd 80 minuten was; na 23 weken was het 6 uur. (in deze studie werden niet de 437 baby's meegenomen die de zwangerschapsafbreking overleefden) xxi

Samenvattend: de vaccinindustrie heeft sinds jaar en dag een intensieve band met de abortus-industrie, en die band blijft tot op de dag van vandaag sterk. Het publiek wordt vaak gesust met verzachtende halve waarheden, als zouden de abortussen die ons de vaccins van vandaag opleverden, een uitzondering waren, zodat men de onbeschrijflijke tragedie maar niet hoeft te zien.

Toch klinken er hardnekkig stemmen dat de realiteit veel grimmiger is. Maar zijn deze beweringen niet overdreven? Het feit dat baby's opzettelijk zo worden geaborteerd dat men een intacte, levende foetus verkrijgt, is onbetwistbaar en wordt ondersteund door medische literatuur van de jaren 1930 tot nu. Het feit dat wetenschappers geen scrupules hebben gehad over het levend ontleden van baby's voor onderzoeksdoeleinden is ook gewoon gedocumenteerd. Is het nou ook aan te nemen, of zelfs waarschijnlijk - dat dit soort gruwelijke acties hebben geleid tot de cellijnen die worden gebruikt voor de vaccins van vandaag? Acker en andere deskundigen beweren dat, gebaseerd op het eenvoudige principe dat levende cellen voor cellijnen simpelweg niet kunnen worden verkregen uit een dood lichaam.

Kan ik dit bewijzen? Niet zonder enige twijfel. Toch is het duidelijk dat het onderzoek naar levende, ongewenste baby's — "menselijke niet-personen" al vele jaren doorgaat en vandaag de dag nog steeds doorgaat. Het bewijs ligt er, maar wel voor degenen die het willen vinden.

Noten:

i Alex van der Eb, Testimony before the Vaccines and Related Biological Products Advisory Committee, May 16, 2001

ii Alvin Wong, MD, “The Ethics of HEK 293,” The National Catholic Bioethics Quarterly, Volume 6, Issue 3, Autumn 2006

iii Albert B Sabin, Peter K. Olitsky, “Cultivation of Poliomyelitis Virus in vitro in human embryonic tissue” Proceedings of the Society for Experimental Biology and medicine, 1936, 34:357-359)

iv Joan C. Thicke, Darline Duncan, William Wood, A. E. Franklin and A. J. Rhodes; “Cultivation of Poliomyelitis Virus in Tissue Culture; Growth of the Lansing Strain in Human Embryonic Tissue,” Canadian Journal of Medical Science, Vol. 30, pg 231-245, 1952

v Thomas H. Weller, John F. Enders, Frederick C. Robbins and Marguerite B. Stoddard; “Studies on the Cultivation of Poliomyelitis Viruses in Tissue Culture : I. The Propagation of Poliomyelitis Viruses in Suspended Cell Cultures of Various Human Tissue;” Journal of Immunology, 1952

vi “G. Sven, S. Plotkin, K. McCarthy, Gamma Globulin Prophylaxis; Inactivated Rubella Virus; Production and Biological Control of Live Attenuated Rubella Virus Vaccines,” American Journal of Diseases of Children Vol. 118, Aug. 1969

vii Letter to the editor, “Ethics of Human Experimentation,” Dr. Stanley Plotkin, New England Journal of Medicine, #593,1973

viii U.S. Patent Application, Intranasal immunization against rubella, 1968

ix “Aborted Fetal Cell Line Vaccines And The Catholic Family,
A Moral and Historical Perspective,” Children of God for Life

x S.A. Plotkin et al., “Attenuation of RA 27/3 Rubella Virus in WI-38 Human Diploid Cells,” American Journal of Disabilities of Children 110.4 (October 1965): 381-382.

xi From the amici curiae brief in support of the National Abortion Federation’s suit against David Daleiden, the Center for Medical Progress, Biomax Procurement Services, LLC, and Troy Newman and the Center for Medical Progress, June 7, 2016

xii Mark W. Danis, “Fetal Tissue Transplants: Restricting Recipient Designation,” Hastings Law Journal, 7-1988

xiii Batelle-Columbus Report. Appendix to “Appendix to “Research on the Fetus”

xiv Suzanne Rini, Beyond Abortion: A Chronicle of Fetal Experimentation, TAN Books; 1993

xv “Julie Kent et al, Forgotten Fetuses – A Sociocultural Analysis of the Use of Fetal Stem Cells.”https://www.york.ac.uk/res/sci/projects/res340250002kent.htm#abstract

xvi Edie Heipel, “Federal Government Caught Buying ‘Fresh’ Flesh Of Aborted Babies Who Could Have Survived As Preemies”, The Federalist, April 15, 2021

xvii Lewis Carroll, Alice’s Adventures in Wonderland, Chapter 7, “A Mad Tea Party”

xviii Bruno Gridelli et al, Efficient Human Fetal Liver Cell Isolation Protocol Based on Vascular Perfusion for Liver Cell-Based Therapy and Case Report on Cell Transplantation Liver Transplantation, October, 2011.

xix Hepatocyte Transplantation, part of the Methods in Molecular Biology series, No. 1506, Nov. 2016.

xx Center for Medical Progress, PPFA v. CMP Trial Summary

xxi PI McFarlane, S Wood, J Bennett, “Non-viable delivery at 20–23 weeks gestation: observations and signs of life after birth” BMJ Journals, ADC Fetal and Neonatal Edition, Vol. 88, Issue 3




Naar alle artikelen